Wij mensen zijn een gelovige diersoort

‘We moeten eerst constateren dat ons leven behoort tot hét leven. Er zijn mensen die dat anders zien, die denken dat de mens fundamenteel verschilt van andere levende organismen op deze planeet, maar daar is geen enkele aanwijzing voor. De vraag naar de zin van hét leven is wat mij betreft zinledig. Want dat is een samenspel van atomen en moleculen. Dus dan zou je ook kunnen vragen: wat is de zin van een atoom? Tsja, als je me het antwoord geeft, zou ik het niet eens herkennen. Er is niets waar je dat antwoord aan kan toetsen. Dat maakt de vraag zinledig.’

Dus u ziet geen onderscheid tussen een stapel stenen en een mens, omdat ze allebei uit atomen bestaan. Ondanks onze ratio en ons bewustzijn.

‘Wij zijn wel anders dan die stenen, maar daar volgt niet uit dat wij een bepaalde zin hebben en die stenen niet. Natuurlijk zijn we veel ingewikkelder en ook wel interessanter, maar het opmerkelijke is vooral dat we diezelfde atomen zijn, zij het in een andere rangschikking. Je kunt niet zeggen: bij een bepaald aantal atomen krijgt die rangschikking zin.’

Hoe kijkt u aan tegen Descartes die de mens primair als rationeel wezen zag.

‘Dat moge voor hem zo zijn, maar ik denk niet dat dit in het algemeen waar is. Denken is niet tot de mens beperkt, dat weten we inmiddels. Descartes behoort tot de denkers die menen dat de mens kwalitatief wezenlijk anders is dan andere levende wezens. Hij zag een dier als een soort automaat, waar je vrijelijk over kon beschikken. Maar inmiddels zijn we wel vierhonderd jaar verder. Wij bestaan uit atomen en moleculen en kunnen op allerlei fascinerende manieren interacteren met onze leefomgeving, maar een zin kan ik daar nog altijd niet uit afleiden.’ Link

Scroll to Top