We leven in een gouden tijd, ondanks de religie

Nog nooit kende de mens zoveel voorspoed, materieel en immaterieel, betoogt de Amerikaanse wetenschapshistoricus Michael Shermer. Met dank aan het wetenschappelijk denken. Niet aan de religie. ‘Religie was juist vaak het probleem. Het is ook de wetenschap die van de mens een individu heeft gemaakt.’

 

Met dank aan de wetenschap?
“Het is de wetenschap geweest die van de mens een individu heeft gemaakt. Een individueel wezen met hersenen, dat kan lijden. Dat kan denken, emoties kan ervaren. De wetenschap heeft de mens individuele rechten gegeven. Rassen hebben geen stemrecht. Religieuze groepen niet, seksen niet. Individuen hebben dat. Mensen hebben gelijke rechten. En alle mensen zijn gelijk. Dat is een besef dat de wetenschap heeft voortgebracht.”

De religie heeft dat besef niet?
“Nee. Nergens in de Bijbel staat iets over de rechten van de individuele mens. Soms staat het er terloops, als je frases gunstig uitlegt. Dan zegt Mozes iets aardigs over de Egyptenaren. En Jezus spreekt natuurlijk wel vaker over de ander. Zoals over de barmhartige Samaritaan. Maar al deze lichtpuntjes zijn ingeklemd tussen grimmige, nogal immorele verhalen. Tussen verhalen over volkerenmoord, over krijgsheren die vrouwen en slaven roofden. Een centrale figuur als Mozes kun je met de beste wil van de wereld geen morele gids noemen.

Het verlichte denken heeft het besef gebracht dat je moet uitkijken met het denken in groepen. Met het veralgemeniseren van een idee. De wetenschap heeft geleerd dat geen enkel systeem honderd procent goed is. Al onze huidige wetten zijn een lappendeken van regels, afspraken, uitzonderingen enzovoorts.

Religies hebben nogal eens de neiging om het absolute gelijk te claimen. Er is geen debat meer, want hun god heeft het zo gezegd. Begrijp me niet verkeerd, ik heb niets tegen religieuze mensen, Martin Luther King is een held uit mijn boek. Maar religie gaat het verschil niet maken. Sterker nog, religie is vaak het probleem.”

Scroll to Top