‘We moeten’ …

 … op onze eigen benen staan en de wereld frank en vrij tegemoet zien – de goede feiten, de slechte feiten, de schoonheden en de lelijkheid. Zie de wereld zoals deze is en wees er niet bang voor.

Verover de wereld met intelligentie en niet alleen door slaafs onderworpen te zijn aan de verschrikkingen die met het leven verbonden zijn.

‘God’ is een begrip dat is ontleend aan antiek oriëntaals despotisme; een begrip dat de vrije mens niet waardig is. Als je ziet hoe mensen zichzelf en anderen vernederen, en hoe ze zeggen dat we ellendige zondaren zijn en erger, dan is dit verachtelijk en de mens onwaardig.

We horen op te staan en de wereld open in het gelaat te zien. We horen van deze wereld het beste te maken dat we kunnen. En als het niet zo goed lukt als we zouden willen, dan zal het uiteindelijk toch beter zijn dat wat die anderen er in al die eeuwen van hebben gemaakt.

Een goede wereld heeft kennis nodig, vriendelijkheid en moed; ze heeft niets aan hunkering naar het verleden. Of aan het beperken van de vrije intelligentie door woorden die lang geleden zijn geuit door mensen zonder kennis. Deze wereld moet zonder angst zijn en onze intelligentie moet zich vrij kunnen ontwikkelen.

Er is hoop voor de toekomst nodig. De wereld heeft niets aan een verleden dat dood is, dat naar ons vertrouwen ver voorbijgestreefd zal worden door de toekomst die onze intelligentie kan creëren.

Bertrand Russell – Essay 1927

Scroll to Top