Als jongeman was Montaigne ervan overtuigd dat zijn geest zijn meester was, maar naarmate hij ouder werd en zijn lichaam hem in de steek liet, kreeg hij heel andere ideeën. „Montaigne schrijft ergens dat hij een dame wilde troosten die echt verdriet had. Eerst wil hij haar Seneca of Cicero voorlezen, maar dan denkt hij: nee, ik ga gewoon met haar zitten.” Opvallend, want Montaigne was destijds een van de grootste geleerden en bezat een bibliotheek vol wijsgerige werken. Toch liet hij de boeken links liggen. >>>

Categories: Archief