Vaders en zonen

Geen schrijver voelde zo goed de tijdgeest aan als Ivan Toergenjev. De kersverse vertaling van zijn romans door Froukje Slofstra, die de bekroonde vertaling van Karel van het Reve uit 1950 zowel in frisheid als elegantie overtreft, maakt dat opnieuw duidelijk en laat treffende gelijkenissen zien met het onstuimige heden, waarin de gevestigde neoliberale orde door de jongere generaties ter discussie wordt gesteld.

De negentiende eeuw van Toergenjev (1818-1883) was tot op het bot verdeeld door vergelijkbare kwesties over een rechtvaardigere en eerlijkere samenleving. In Rusland speelde het vraagstuk van de afschaffing van de lijfeigenschap daarin een hoofdrol. In zijn Jagersverhalen (1852) schrijft Toergenjev zowel aangrijpend als genadeloos over de wreedheden die lijfeigenen van hun adellijke meesters te verduren hadden. Die verhalen maakten de toen nog vrij onbekende schrijver beroemd. Tsaar Alexander II zou er zelfs zo van onder de indruk zijn geweest dat hij in 1861 de lijfeigenschap afschafte. Link

Scroll to Top