Twee boeken over de toekomst

‘Jullie zien het gewoon niet. Achter al die afleiding, achter al die illusies die jullie doen geloven dat het leven elders is dan waar het plaatsvindt, worden jullie gewogen en geteld, in categorieën ingedeeld. Gecodeerd, geregistreerd, gemanipuleerd.” Hij keek meewarig de zaal in. „Een code. Dat is wat jullie zijn, niet meer dan een code.”’

Een verlopen outcast richt zich rond het jaar 2050 tot een jong publiek. Een publiek dat zich zonder uitzondering door het leven laat gidsen door Gena, een operating system, een geavanceerde versie van Siri of Alexa, een persoonlijke assistent die op alle vragen een antwoord heeft en op ieder moment van de dag aanspreekbaar is. De mens is, in de debuutroman De onvolmaakten van Ewoud Kieft, vergroeid met dit alwetend en sturend algoritme, zozeer dat ‘ie er nagenoeg mee samenvalt’. Gena heeft zich naadloos aan het lichaam aangepast; via oortjes instrueert Gena haar gebruikers, de gebruiker mompelt terug; het scherm is geïntegreerd in een contactlens.

In De onvolmaakten wordt het levensverhaal van Casimir Zeban, ‘Cas’, een zoekende dertiger met bindingsangst, verteld door diens Gena. Zij is onderdeel van Cas’ leven sinds zijn vroege puberteit, en weet dingen van hem die anderen alleen aan een dagboek toevertrouwen, en meer. Als hoogontwikkelde AI groeide Gena met Cas mee, weet zij hoe hij zal reageren op bepaalde woorden en situaties, hoe hij zich voelt, door wat hij zegt, door hoe hij zich beweegt, maar ook door zijn hartslag, zijn hormoonspiegel, zijn lichaamstemperatuur. Nooit was een verteller zó alwetend, op het belerende af, als Gena in De onvolmaakten. Link

Scroll to Top