Milieu

Plantaardig dieet geeft dubbele klimaatwinst

Wanneer de inwoners van de 54 rijkste landen overgaan op een voornamelijk plantaardig dieet, wordt voor hun voedselproductie jaarlijks ruim 60 procent minder CO2 uitgestoten dan nu het geval is. En het mes snijdt aan twee kanten: een dieetomslag biedt ook de potentie om tussen nu en het einde van de eeuw zo’n 100 gigaton CO2 extra vast te leggen, door op het land dat niet meer gebruikt wordt voor vleesproductie de oorspronkelijke vegetatie terug te brengen. >>>

 

Uit het leven van een zomereik

Word ik straks nog serieus genomen? Ik ben bioloog, en wetenschapsredacteur. Antropoloog Anke Tonnaer lacht als ze over mijn zorg hoort. Ze is universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit. Alleen al dénken over bezielde natuur is in onze cultuur een taboe. Je mag het er niet over hebben, het wordt belachelijk gemaakt. Ik knik. Ik herinner me een van de artikelen die ik heb gelezen. Daarin wordt het the demon of ridicule genoemd.

Ze vertelt dat de filosofie, de sociologie en de antropologie vijftien jaar geleden meer aandacht begonnen te krijgen voor de relatie tussen de mens en niet-menselijke wezens. Binnen de antropologie is er inmiddels een nieuwe, brede tak gegroeid, multispecies ethnography. Natuur wordt nog steeds hoofdzakelijk in economische termen bezien. Maar de wal is het schip aan het keren, zegt Tonnaer. „De realiteit is ons aan het inhalen, met al die milieuproblemen.” Steeds meer mensen hebben het gevoel, hier moet iets veranderen. >>>

Eindigheid

Roy Scranton wordt een onheilsprofeet genoemd, maar volgens hem is pessimisme juist nuttig. Wie ervan uitgaat dat onze wereld geen toekomst heeft, wordt gedwongen om iets te doen aan de onrechtvaardigheid van nu. We moeten ook leren om los te laten – het ego, een rooskleurige toekomst, zekerheid, stabiliteit. En dat is niet alleen iets wat we zelf moeten leren, maar vooral ook onze kinderen. ‘We moeten onze kinderen helpen om veerkrachtig te zijn en in staat om de verandering te accepteren en te verwelkomen’, zegt Scranton. Hij propageert een soort boeddhistische begrenzing van het ego. ‘Een gevoel van afstandelijkheid gecombineerd met engagement vol compassie. >>>

Toch kernenergie?

In 1955 organiseerden de VN de conferentie Atoms for Peace. In die jaren was de euforie over de mogelijkheden van kernenergie algemeen. Een energiebron die poolkappen zou doen smelten en woestijnen vruchtbaar kon maken en ‘die de weg zou openen naar een nieuw paradijs, aldus Albert Einstein. Die uitspraak stond instemmend geciteerd in de catalogus van Het atoom, een tentoonstelling in 1957 over de geschiedenis van de energieopwekking, georganiseerd door het Nederlandse bedrijfsleven. In de tentoonstellingsruimte op Schiphol stond zelfs een heuse kernreactor. De eerste van Nederland. Hij werd feestelijk in werking gesteld door minister Cals, die in het reactorvat kijkend ‘een blauwe gloed’ ontwaarde als ‘een licht dat ongeziene verten voor ons opent’. >>>

Alles draait om genegenheid

Het was halverwege de jaren zestig toen Wendell Berry, veelbelovend schrijver en docent aan New York University, op het matje werd geroepen. Of het klopte dat hij plannen maakte om te verhuizen voor een nieuwe baan? Wilde hij deze prestigieuze universiteit, dit inspirerende milieu van intellectuelen en kunstenaars, in de beste stad van de wereld, inruilen voor – Kentucky, de provincie, het niets? ‘Bijna iedereen die ik kende dacht dat dit het einde van me betekende’, zegt hij in een interview. ‘De beweging die ik maakte van de metropool naar Kentucky vonden ze onvermijdelijk achteruit en downward.’Daar woonde het domme, racistische gepeupel. >>>
Scroll to Top