Filosofie

Een nieuw tijdperk

Met deze aarde gaat het inmiddels niet zo goed en wie de aanhoudende stroom boeken beziet over wat ons te wachten staat bekruipt het desolate gevoel van Kubricks sciencefiction: dat we niet meer terug kunnen. Het is de gedachte van het Antropoceen: de mens heeft het klimaat en de leefomstandigheden op deze planeet zodanig verziekt dat een nieuw tijdperk is aangebroken. Een toekomstig geoloog zal bovenop de afzettingen van het holoceen een aardlaag vinden met daarin de sinistere resten van een menselijke beschaving die het niet heeft gered. >>>

Zonder kritisch denken …

… krijg je totalitarisme, Shell en de VVD.

We weten dat wij als mensen een heel bepalende factor zijn in het klimaat en dat daar ook een verantwoordelijkheid mee gemoeid is. Daarom is het wel belangrijk dat we onszelf op een andere manier leren begrijpen: als onderdeel van die natuur. Niet om een soort laissez faire-houding te ontwikkelen van ‘nou jongens, chips en cola en Netflix zijn ook natuur dus ik ga op de bank liggen’, maar als beginpunt voor nieuwe relaties met de wereld om ons heen, waarin wij niet de enigen zijn die handelen.

Een risico van praten over het Antropoceen – een term die gebruikt wordt om onze tijd te beschrijven als een tijdperk dat bepaald wordt door het handelen van de mens – is dat het doet lijken alsof wij mensen in staat zijn om de boel te fiksen. En dat weten we helemaal niet. >>>

Boeddhisten zijn niet bezig met leven in het hier en nu

Het was een bericht van een bevriende psycholoog, die schreef: Mijn kleinzoon Charlie zat net even aan helemaal niets te denken. Van der Velde, hoogleraar Aziatische religies aan de Radboud Universiteit, moest er even over nadenken. Een kind dat even nergens aan denkt zou een boeddhist in de dop zijn? Vreemd. Het is voor hem een voorbeeld van een typisch westerse opvatting van het boeddhisme. In dit geval: bij boeddhisme gaat het om voelen in plaats van denken, om het hart in plaats van het hoofd. Dat is binnen Azië grote onzin. Toen het boeddhisme zijn intrede in China deed, werd het daar zelfs ‘de religie van de rijtjes’ genoemd, omdat monniken oneindige reeksen begrippen en regels uit hun hoofd moesten leren. En dat doen ze nog steeds, boeddhistische kloosters hebben vaak dan ook gigantische bibliotheken.

En zo ziet Van der Velde nog zat misvattingen voorbijkomen. Zo zou het boeddhisme gaan om geluk in het hier en nu, adogmatisch zijn, vredelievend en geweldloos, man en vrouw gelijk behandelen. Dat is allemaal niet waar. >>>

Kristofer Schipper

Misschien heeft sinoloog en antropoloog Kristofer Schipper zich na zijn dood op 18 februari 2021 wel bij de taoïstische onsterfelijken gevoegd: hij had er in elk geval wel de juiste papieren voor op zak. Om het taoïsme van binnenuit te kunnen bestuderen en om zich de rituelen eigen te maken, ging Schipper zeven jaar in de leer bij een taoïstische meester. Het leidde ertoe dat hij in 1968 als eerste westerling benoemd werd tot taoïstisch meester, een titel die hij met trots droeg.

Schipper, in Nederland vooral bekend als vertaler van taoïstische geschriften, was de zoon van een bewust ongehuwde moeder en een dorpsdominee. Zij wilde liever van haar zoon bevallen in Zweden dan onder het toeziend oog van de kleinburgerlijke goegemeente in Nederland. >>>

Meister Eckhart

In de middeleeuwse literatuur werd Eckhart -1260-1328- wel als een ware duivel neergezet, ook door Nederlandse schrijvers. Pas in latere tijden begon hij tot de verbeelding te spreken. Filosofen als Schopenhauer en Heidegger zagen in hem een inspirator. Vooral in de twintigste-eeuwse Nederlandse literatuur keert hij vaak terug, zo laat Jaap Goedegebuure in deze bundel zien. De dichter Paul van Ostaijen voelde zich verwant aan de mysticus Eckhart. Zijn weg van ontlediging vormde een aanknopingspunt voor Van Ostaijens eigen zoektocht naar zuivere lyriek. Ook Simon Vestdijk was gefascineerd door hem, zo blijkt uit de roman Het proces van Meester Eckhart. >>> Eckhart in vijf begrippen. >>> Leven zonder waarom. >>>

Aliens Must Be Out There

In a dazzling new book, “Extraterrestrial: The First Sign of Intelligent Life Beyond Earth,” the astrophysicist Avi Loeb offers a forceful rejoinder to Fermi. Loeb, a professor at Harvard, argues that the absence of evidence regarding life elsewhere is not evidence of its absence. What if the reason we haven’t come across life beyond Earth is the same reason I can never find my keys when I’m in a hurry — not because they don’t exist but because I did a slapdash job looking for them?

“The search for extraterrestrial life has never been more than an oddity to the vast majority of scientists,” Loeb writes. To “them, it is a subject worthy of, at best, glancing interest and at worst, outright derision.”

That attitude may be changing. In the past few years there has been a flurry of new interest in the search for aliens. Tech billionaires are funding novel efforts to scan the heavens for evidence of life, and after decades of giving the field short shrift, NASA recently joined the search.

Still, Loeb argues, we are not looking hard enough. Other areas of physics, especially abstruse mathematical concepts like supersymmetry, are showered with funding and academic respect, while one of the most profound questions humanity has ever pondered — Are we alone? — lingers largely on the sidelines. >>>

We zijn zelf onze grootste slavendrijvers

In haar prijswinnende boek – dat in korte tijd reeds een vierde druk beleeft – neemt Van der Vegt krachtig stelling tegen een fenomeen dat werkisme wordt genoemd: alles in het leven draait om werk, werk, werk. Het boek wil een tegenhanger zijn. Uit de kloostertraditie haalt Van der Vegt acht handreikingen voor een andere levenshouding, waarbij rust en werk elkaar op een ontspannen manier afwisselen. “Natuurlijk, iedereen weet dat rust belangrijk is”, antwoordt Van der Vegt op de vraag hoe nieuw dit inzicht is. “We weten het met ons hoofd, maar zijn we ook met ons hele wezen bereid om de keuze te maken voor rust? We weten dat het goed is, maar waarom doen we het dan niet?” >>>

Met Nietzsche een crisis door

Duizenden zieken en doden, economische malaise, rellen om een avondklok: een allesomvattende crisis zoals die al bijna een jaar aan de gang is, maakt dat mensen op zoek gaan naar een steuntje in de rug. Dat steuntje kan ook gevonden worden in de filosofie. Het is niet voor niets dat de tweeduizend jaar oude filosofie van de stoïcijnen een opleving kent: er verscheen bijvoorbeeld een bloemlezing samengesteld door filosoof Lammert Kamphuis. Dat is begrijpelijk, want denkers als Epictetus en Marcus Aurelius leren ons om ons niet emotioneel mee te laten slepen als de omstandigheden even niet meezitten. Maar weinig filosofen zijn zo actueel in deze tijden van crisis als de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche.

Het leven van Nietzsche (1844-1900) stond bol van ziekte en tegenslag. Vanaf zijn jonge jaren had hij last van verschrikkelijke migraine, als kind verloor hij zijn vader en broertje, al zijn huwelijksaanzoeken werden afgewezen, en zijn boeken kregen tijdens zijn carrière nauwelijks aandacht. Maar de besnorde filosoof liet zich daardoor niet uit het veld slaan, en gebruikte zijn persoonlijke ervaringen juist als inspiratie voor zijn filosofie, zoals hij schreef in zijn autobiografie Ecce homo: “Ik maakte van mijn wil om gezond te zijn, om te leven, mijn filosofie…” >>>

Alles draait maar om identiteit

Joden zijn te veel met het verleden bezig, vooral met de Sjoa, zegt A.B. Yehoshua halverwege ons gesprek over zijn nieuwe roman. Behalve over iemand met geheugenverlies, gaat die tussen de regels door ook over de toekomst van zijn land. Vandaar dat verleden, die eindeloze put vol herinneringen.

„Herinneringen vormen de basis van de Joodse identiteit”, vervolgt hij. Dat komt doordat we lange tijd geen gemeenschappelijk land, gedeelde taal of gezamenlijke structuren hadden. Toch moeten we er een beetje vanaf, want die herinneringen zijn gevaarlijk geworden. We kunnen ons beter richten op de toekomst, die vol nieuwe uitdagingen zit. Zie alleen al de gemeenschappelijke bestrijding van de corona-pandemie.

Sinds zijn vrienden Amos Oz en Aharon Appelfeld twee jaar geleden zijn overleden, is de 84-jarige A.B. Yehoshua de laatste grote Israëlische schrijver van zijn generatie. Al jaren is hij een serieuze kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur. Ter gelegenheid van de vertaling van zijn twaalfde roman, De tunnel, spreek ik hem via Zoom in zijn appartement op de 31ste verdieping van een woontoren in het centrum van Tel Aviv.

De tunnel is het verhaal van een gepensioneerde ingenieur van het ministerie van Wegenbouw, Zvi Luria, die op een dag te horen krijgt dat hij beginnende dementie heeft. Zijn vrouw Dina, met wie hij al een halve eeuw gelukkig is, moedigt hem ondanks die diagnose aan zijn brein te blijven activeren. Ze koppelt hem daarom aan een jonge ingenieur van zijn vroegere afdeling, die in de Negev-woestijn een militaire weg ontwerpt. Het traject loopt dwars over een heuvel waar zich een van de Westelijke Jordaanoever gevluchte Palestijnse onderwijzer met zijn volwassen zoon en dochter schuilhoudt. Zvi raakt betrokken bij hun lot en komt met het idee om een tunnel onder die heuvel te bouwen, zodat de drie Palestijnen er kunnen blijven wonen. Terwijl hij zich vroeger nooit voor de levens van zijn ondergeschikten interesseerde, wordt hij ineens een empathisch mens. >>>

Je kijk op de dood bepaalt je levenshouding

“Het heeft nog lang geduurd, maar ik twijfel er niet meer aan dat het bewustzijn géén product is van de hersenen.

“Ik vergelijk het eindeloze bewustzijn met de cloud. Daarin zitten meer dan een miljard websites en filmpjes. Je kunt ze op je computer op elke plek in de wereld ontvangen, maar ze worden niet door dat apparaat geproduceerd, dat maakt alleen de ontvangst mogelijk. Als vergelijking: de hersenen en het lichaam maken de ontvangst van een gedeelte van dat eindeloze bewustzijn mogelijk, maar het wordt niet door de hersenen geproduceerd.”

Een bijna-doodervaring is altijd een transformatieve ervaring, zegt Van Lommel. Over twee minuten hartstilstand kunnen mensen een week lang praten, merkte hij tijdens de gesprekken die hij voerde. “Het verandert het leven echt ingrijpend. Ze verliezen hun angst voor de dood, want dood blijkt een andere vorm van leven te zijn en ze hebben de zekerheid dat de essentie van henzelf doorgaat. Ze voelden zich gelukkig en volledig en krijgen een nieuw inzicht in wat werkelijk belangrijk is in het leven: onvoorwaardelijke liefde, acceptatie en empathie, in de eerste plaats naar zichzelf. De acceptatie van je eigen schaduwkanten. Onvoorwaardelijke liefde en compassie naar de ander, de natuur en de aarde. Iedereen beschrijft dan het intense gevoel dat ze meekrijgen van diepe verbinding met alles en iedereen. Dat alles wat je denkt en doet invloed heeft en weer terugkomt bij jezelf.

“Het woord individu betekent ­letterlijk ‘niet gedeeld’. We zijn dus één. Wij zijn dat woord verkeerd gaan gebruiken, als afgescheiden van elkaar. >>>

Astrologie, reiken naar het hogere

Voor het eerst werd de wereld van het allerkleinste beschreven, die van de ondeelbare kwants waaruit alles is opgebouwd. En daarin bleken opeens heel andere regels en wetten te gelden. In de kwantummechanica bleek een deeltje zich op twee plekken tegelijk te kunnen bevinden. Kon een gevolg voorafgaan aan zijn oorzaak. Hing het gedrag van een deeltje af van degene die het observeerde. En de allermooiste van allemaal: konden twee deeltjes in een zogenaamde verstrengeling sneller dan het licht informatie uitwisselen, ook al had Einstein in zijn beroemde formule E=mc2 nu juist geformuleerd dat níets sneller gaat dan het licht. ‘Als de quantummechanica klopt, is de wereld krankzinnig’, schreef de natuurkundige Wolfgang Pauli. ‘Als je denkt dat je de kwantummechanica begrijpt, dan heb je het niet begrepen’, zei Richard Feynman.

Natuurlijk geloofde mijn opa in astrologie! Juist omdat hij natuurkundige was, wist hij hoe krankzinnig de wereld werkelijk is. Als het ergens nodig is om ‘een sprong in het diepe’ te maken is het hier wel, waar Schrödingers kat tegelijkertijd dood en levend kan zijn. The best minds of our generationproberen al decennialang het gedrag van de kleinste deeltjes te verenigen met die van sterrenstelsels en alle andere dingen zich wél houden aan de wetten van de logica, en nog steeds is het ze niet gelukt.

Hoe is dit mogelijk? Alles wat we kennen, alles wat we zijn, is opgebouwd uit kwants en sommige van die deeltjes, die ‘praten’ dus met elkaar. Als je één deeltje rechtsom laat draaien gaat op precies hetzelfde moment een verstrengeld deeltje verderop linksom draaien. ‘Spookachtig gedrag op afstand’, noemde Einstein het geërgerd. Hij geloofde er niet in. Want hoe ‘weet’ dat ene deeltje wat er met het andere gebeurt? En als dit voor kleine deeltjes geldt, waarom dan niet voor de grote?

Hoe weten we zo zeker dat niet ook bij ons, in de normale wereld, een gevolg al het voorgaande kan beïnvloeden, tot aan zijn eigen oorzaak aan toe? Of dat ergens iemand rondloopt die mijn verstrengelde tegenpool vormt en dat wat hem of haar overkomt in essentie ook mij gebeurt, of andersom?

Wat als de maan tóch ook aan het water in onze lichamen trekt? >>>

Mogen we nu weer gewoon praktische auto’s?

Alles voor de lifestyle en de techno-overkill

Bouwkundige efficiency is bijzaak. Alles voor de lifestyle en de techno-overkill die innovatie heet. Nog meer veiligheidssystemen, multimediale gadgets die geen hond gebruikt, sfeerverlichting in paars, groen, rood en roze. In de zes jaar dat ik voor NRC over auto’s schrijf ben ik zelden een auto tegengekomen die doelmatigheid voorop stelde. De enkele keer dat ik ze rijd, zijn het verschoppelingen onderaan de prestigeladder. Een Suzuki Swift, wat Subaru’s, de Toyota Prius, een handvol simpele maar ruime Dacia’s. De Audi-man ziet ze niet staan. Geen premium.

Suv’s wel. Maar waarom dan? Ze zijn veel te zwaar, verbruiken veel te veel. Hun oorspronkelijke functie van terreinwagen is losgelaten; het gros gaat tegenwoordig van de hand zonder vierwielaandrijving. Ze kunnen niet wat ze beloven en stellen er geen ander nut voor in de plaats. Een andere aberratie is de lifestyle-station. Zalig de onschuldigen van geest die menen dat zo’n auto is bedoeld om spullen te verplaatsen. Dan vergeet je dat gezond verstand uit de mode is. Zo’n auto moet voor de sportieve uitstraling een aflopende daklijn en de vlakke achteruit die het volume drastisch afknijpen. Van de grote stationcars leent zich voor massatransport maar een handjevol: Skoda Superb, Mercedes E-klasse. De stationversie van de grote Peugeot 508 verstouwt minder dan de kleinere 308. Hoe verzin je het? >>>

How to be alone

The best step-by-step guide I’ve read for this purpose comes from the Centre for Clinical Interventions, supported by the Australian government’s department of health. Psychologists there have published a comprehensive guide to developing “distress tolerance skills.” It’s free, it’s online, and it uses an evidence-based approach rooted in cognitive-behavioral therapy and mindfulness-based therapy. It’s worth checking out the whole guide, but I’ll give a capsule summary of the process it recommends.

First, accept the distress you’re feeling. Instead of engaging in your usual escape methods for avoiding uncomfortable emotions -whether it’s bingeing TV, numbing out with alcohol, or whatever-, commit to doing the opposite: Stay with the emotion.

Second, Watch the emotion. Noting how it’s manifesting in your clenched muscles or using imagery to describe it -“this feeling is not me, it’s just like a cloud floating past in the sky”- may help you detach from it a bit. Keep observing it until it naturally subsides.

Third, Turn your attention back to a task you want to do in the present moment. It can be a simple inward task like focusing on your breath, or an outward task like volunteering to help people in need.

Expect that the distressing feelings will come back. But know, too, that by actually facing them rather than running away from them, you’re teaching yourself that you’re strong enough to handle them. Accepting your isolation, letting it take you deeper into yourself, remembering your purpose — these are tried-and-true strategies for successful solitude. You will find the same strategies echoed in other sources, from contemporary Western psychologists and mindfulness teachers to ancient Buddhist texts. Link

Eenvoudig, logica

Voor veel dingen die Eger constateert op basis van extreme ervaringen geldt: het is van zo’n eenvoudige logica dat je denkt, ja zo is het. Geen theoretische filosofie maar net als bij de stoïcijnen een praktische zienswijze. De weg om iets te veranderen schetst ze als complex, moeizaam, een gelaagd proces. In Het geschenk (2020), dat na het wereldwijde succes van haar eerste boek volgde, geeft ze een handleiding met opdrachten aan de lezer. ‘Het is een universele ervaring dat het leven niet blijkt te zijn wat we hadden gewild of verwacht. De meesten van ons lijden omdat we iets hebben wat we niet willen, of we willen iets wat we niet hebben’, schrijft ze over een van de lessen die ze leerde op haar zestiende.

Eger is nooit een slachtoffer geweest, dat gunt ze de daders niet. Lijden is volgens haar universeel, maar het slachtofferschap is optioneel. Ze schrijft in Dekeuze dat er een verschil is tussen ‘het slachtoffer worden van’ en ‘de slachtofferrol’; het eerste komt van buitenaf, het wordt je aangedaan door slechte omstandigheden, een pestkop in de klas, mensen of organisaties waar we geen invloed hebben. Daar tegenover staat de slachtofferrol, die van binnenuit komt: ‘We worden niet een slachtoffer door wat er met ons gebeurt, maar doordat we ervoor kiezen om vast te houden aan onze slachtofferrol. We ontwikkelen een manier van denken en zijn star, verwijtend, pessimistisch, bestraffend en zonder gezonde beperkingen of grenzen. We zitten vast in het verleden en zijn niet in staat om te vergeven.’ In de huidige samenleving waarin het slachtofferschap gedijt is dit een waardevol inzicht. Link

‘Wraak lost niets op’

Hij deed in concentratiekampen onderzoek naar oorlogsmisdaden, was aanklager bij de processen in Neurenberg en onvermoeid pleiter voor een internationaal strafhof. Benjamin Ferencz, inmiddels 100, kijkt in ‘Negen lessen voor een bijzonder leven‘ op indrukwekkende wijze terug op een vol bestaan.

In Den Haag is een straat naar hem vernoemd. Het voetpad naast het Vredespaleis kreeg in 2017 de naam van Benjamin Ferencz, boegbeeld van het internationaal recht. Een jaar later werd er ook een bank neer­gezet, met in het hout de bekendste ‘slogan’ van de ­Amerikaans-joodse jurist gekerfd; law, not war. Laten we conflicten oplossen via het recht, niet via oorlog, dat is het ideaal dat hem sinds jaar en dag voor ogen staat.

In het onlangs verschenen Negen lessen voor een ­bijzonder leven blikt Ferencz (1920) terug op een lang en bewogen leven: indrukwekkend, eerlijk en met humor. Zoals in het slothoofdstuk ‘Over de toekomst’ waarin hij tips geeft om, net als hij, op een goede manier de honderd te halen. “Roken, drinken en vet voedsel zijn slecht voor je”, schrijft hij, “maar dat weet je zelf ook wel.” Hij stelt ook: “Laat nooit iemand je zeggen dat hij bereid is te sterven voor zijn land. Dat is dwaasheid. Je wilt léven voor je land”. Link

De toekomst is aan kosmopolieten

“Vijftien jaar lang was ik -Ralf Bodelier- docent aan wat nu de Fontys Hogeschool voor Journalistiek heet. We leerden journalisten vooral om zich te richten op de uitzonderingen.

Wel op het neerstortende vliegtuig, niet op het feit dat, bijvoorbeeld, in 2017 niet één vliegtuig is neergestort en meer dan vier miljard mensen veilig op hun bestemming aankwamen. Wél op het kindermisbruik in de kerk.

Niet op het feit dat de Rooms-Katholieke kerk 140 duizend scholen en 21 duizend ziekenhuizen runt of dat katholieke ontwikkelingsorganisaties jaarlijks 3 miljard euro uitgeven aan hulp. Begrijp me niet verkeerd: dat neerstortende vliegtuig, dat kindermisbruik, het moet zonder meer in de krant. Maar de werkelijkheid is zoveel groter, zoveel bemoedigender en inspirerender. Daar lees je zelden iets over.” Link

Denk als Spinoza

Stel je voor, zonder dat ik er iets aan kan doen rent mijn hond de straat op – dan weet ik: dat is nu eenmaal wat honden doen als ze de kans krijgen”, zegt de Amerikaanse Spinozakenner Steven Nadler. “Vervolgens wordt hij geschept door een auto – zoals nu eenmaal gebeurt als een hond voor een auto komt. De dood die daarop volgt, denk ik dan, was onvermijdelijk vanwege de impact. Beter dan te blijven huilen, zei Spinoza, is het om je te laten troosten door het inzicht in de noodzaak van alles wat gebeurt.”

Het is een les die filosoof Steven Nadler, hoogleraar aan de universiteit van Wisconsin-Madison, leerde van de Nederlandse filosoof Spinoza, en die een belangrijke rol speelt in zijn nieuwste boek over de zeventiende-eeuwse denker: ‘Think Least of Death. Spinoza on How to Live and How to Die’. “Spinoza biedt een duidelijke gids voor het goede leven”, zegt Nadler. Link

Alles moet maar makkelijker

Eerst is er een noot. Dan komt er eentje bij, en gebeurt er iets: er ontstaat spanning, een klein drama, door de verhouding tussen die twee. De ruimte tussen de noten, is die te vangen in de vorm van data? Het is maar een van de vele vragen die Miriam Rasch, filosoof en literatuurwetenschapper, oppert in haar essayistische, avontuurlijke boek Frictie. Ethiek in tijden van dataïsme. 

Dataïsme is het heilige geloof dat alles, ja alles, het hele leven, onder te brengen is in data. En dat je daarmee het leven aanmerkelijk aangenamer kunt maken. Makkelijker. Beter. 

Rasch doet twee dingen in haar boek. Ze onderzoekt wat data eigenlijk zijn. Kloppen de pretenties van de dataïsten? Komt dat overeen met de werkelijkheid? En liggen ze alsof het dingen zijn zomaar voor het oprapen? Tevens zoekt ze naar manieren om eraan te ontsnappen. Mogelijkheden van verzet, van frictie. Een voorzichtig geformuleerde ethiek, hoe je je moet gedragen tegenover dat allesoverheersende gebruik van data.

Rasch hanteert een persoonlijke, literaire, hier en daar zelfs poëtische stijl. Zoekend, tastend, kwetsbaar. Dat moet ook wel, want ze is kritisch tegenover de universele pretenties van het dataïsme. Het gaat erom juist het individuele er onder vandaan te slepen. Ze koestert een grote liefde voor taal en literatuur, een van de sleutelwoorden in Frictie is ‘vertalen’. Haar vader was vertaler,

In feite gaat het hele gesprek over vrijheid en autonomie, zonder dat die woorden vallen. En het gaat over het enkelvoud van data, de pijn van het lichaam, de kunst als instrument om te de-automatiseren, ambiguïteit, metaforen en nog veel meer. Link

Populisme

Thomas Frank heeft het weer gedaan: een eigenhandig gefabriceerde bom gelegd onder het zelfgenoegzame zelfbeeld van de liberale, technocratische elite. Als een eigentijdse Julien Benda, de Franse auteur van de veel geciteerde maar weinig gelezen klassieker Het verraad van de klerken, heeft Frank er zijn levenswerk van gemaakt te achterhalen hoe, waarom en wanneer de partijen die ooit zeiden op te komen voor de vernederden en gekrenkten (laten we ze ‘linkse’ partijen noemen) zich van hen hebben afgewend en partijen van, voor en door hoger opgeleiden en beter gesitueerden zijn geworden. Het klassenverraad van de hoger opgeleiden – dat is het centrale thema van het werk van de historicus Frank.

In 2004 deed hij dat in What’s the Matter with Kansas door naar de kiezer te kijken. Waarom hadden laag- en middenopgeleide arbeiders zich afgewend van de Democratische Partij, die van oudsher hun belangen behartigde, en zich bekend tot de werkgeverspartij bij uitstek, de Republikeinse Partij? In 2011 richtte hij zijn vizier op Wall Street en Silicon Valley, waar de Democratische Partij de Republikeinse Partij had vervangen als de miljardairspartij bij uitstek. Wat verklaarde die liefdesverklaring aan het adres van de miljardairs van Wall Street en Silicon Valley door het establishment van de Democraten? Het antwoord schreef hij op in Pity the Billionaire: voor academisch geschoolden is het gemakkelijker om medelijden te hebben met miljardairs dan met laaggeschoolden, ook al hebben die laatsten het harder nodig.

In Listen Liberal! (2016) reconstrueerde Frank hoe de Democratische Partij haar arbeidsethos verloor en vanaf het einde van de jaren zestig werd gegijzeld door de eerste babyboomers die van de naoorlogse massa-universiteiten kwamen en de partij langzaam transformeerden in een partij voor professionals – ‘linkse brahmanen’ volgens de Franse historicus Thomas Piketty. Link

Wat maakt het leven de moeite waard?

„Grote gebeurtenissen die ons overvallen en die de samenleving in beroering brengen – zoals de moord op Pim Fortuyn, de vuurwerkramp in Enschede, ‘11 september’ – veroorzaken een fenomeen dat ‘telescopie’ heet. Mensen hebben er zulke scherpe herinneringen aan dat ze consequent denken dat ze korter geleden zijn dan in werkelijkheid het geval is. Toch is die vuurwerkramp echt al twintig jaar geleden.

„Door het sluipende begin, met kleine berichten over een mysterieuze ziekte in China in december, zal dat met deze pandemie niet gebeuren, vermoed ik. De lege Dam met de toespraak van de koning, ambulances bij de IC’s, zwaaien naar familieleden in verpleeghuizen – dat zijn de beelden die in de toekomst in ons geheugen gegrift zullen staan.

„En het zal minder bepaald worden door de duur dan door de manier waaróp de pandemie zal eindigen. Ook dat is een bekend verschijnsel. Als iemands loopbaan op een nare manier eindigt – met een gedwongen ontslag bijvoorbeeld – dan denkt zo iemand niet: ik heb altijd met plezier gewerkt, behalve het laatste halfjaar. Nee, verbittering daarover kleurt de hele terugblik op een carrière. Als een huwelijk eindigt in een vechtscheiding maakt het vaak niet meer uit of je met iemand twintig of dertig jaar gelukkig bent geweest.

„Als de pandemie eindigt zoals we hopen – opeens zijn er krachtige vaccins, het virus dooft uit en de samenleving ontspant zich weer – dan zullen we wel onthouden hoe erg het was, maar vergeten hoelang we eronder geleden hebben.” Link

Waarom zouden dieren ons niet mogen eten?

Het recht dat de mens zich toekent om dieren te eten is nergens op gebaseerd, schrijft filosoof Bernice Bovenkerk in 10 miljard monden, een bundel artikelen van Wageningen University & Research over de toekomst van ons voedsel. Dieren hebben net zo goed recht op leven als mensen. Als we het goed vinden dat mensen dieren eten, moeten we consequent zijn: dan mogen dieren ook mensen eten. Of liever, laat mensen stoppen met dieren te eten. Link

Zijn dit bange tijden?

Volgens angstexpert Jim van Os ligt het vooral aan onszelf …

We komen met een basaal vertrouwen de wereld in, sterker zelfs, sommige auteurs zeggen dat wij echt pathologisch optimistisch worden geboren; volledig naïef in een krankzinnige wereld, maar met vertrouwen in andere mensen. Dat ontstaat nog voor er taal is, in de lichamelijke aanraking en het contact met de vader en de moeder. Maar je kunt het afleren door wat je meemaakt, met name vroeg in de jeugd.”

“Dat is echt de nachtmerrie, de mensen waar W.F. Hermans over schrijft, met zinloze levens die nergens naartoe gaan. Om elke dag op te staan en ons ding te doen hebben wij verhalen nodig, want wij zijn gelovende mensen. In religieuze zin, maar ook veel breder, in het onderscheiden van wat voor ons meer of minder belangrijk is. Als wij religie zien als collectief bezig zijn met betekenis geven, dan is dat fantastisch. Ik denk dat veel mensen bereid zijn God ook als een metafoor te zien van het niet-weten. Als iets dat wij niet begrijpen en dat het toch goed met ons voor heeft. Dat is geen onredelijke gedachte. Je hoeft maar naar boven te kijken ’s nachts en je krijgt een wonder te zien. In dat mysterie zit iets waar we het goede uit kunnen halen, denk ik vanuit mijn amateur-agnosticisme.” Link

Leef je eigen leven

Toen de Franse politieke filosoof Alexis de Tocqueville in 1831 door de Verenigde Staten reisde viel hij van de ene verbazing in de andere. “Hij schreef dat Amerika de meest anti-filosofische samenleving is die je maar kan verzinnen. Alles draait er om handelen, niet om denken. Maar Tocqueville stamde natuurlijk uit een Europese traditie, dus hij herkende de Amerikaanse filosofie helemaal niet als filosofie, omdat die zo praktisch georiënteerd is!’

Over die praktische oriëntatie kan Kaag met veel vuur vertellen. Henry David Thoreau organiseerde bijvoorbeeld trektochten in Kaags woonplaats Concord, Massachusetts. Door te wandelen maakte Thoreau zich los van ‘wereldse verplichtingen’ en stortte hij zich in het ‘avontuur van de dag’. “Thoreau wordt vaak als kluizenaar afgeschilderd, maar hij was veel meer een gezelschapsmens dan bijvoorbeeld de filosofische wandelaar Nietzsche, over wie ik ook heb geschreven. Thoreau werd niet voortdurend geplaagd door existentiële angsten. Net als Nietzsche kenden Amerikaanse filosofen als Thoreau grote persoonlijke tragedies, maar ze vogelden sneller uit hoe ze hun lijden konden verminderen door saamhorigheid. Nietzsche dreef steeds verder af van de gemeenschap, terwijl Amerikaanse filosofen er juist op een nieuwe manier deel van probeerden te worden.” Link

Het is onzin dat iedereen zijn eigen waarheid heeft

“Ik denk dat mensen bij grote gebeurtenissen op zoek gaan naar grote oorzaken. Dat is altijd al zo geweest. Spinoza beschreef in de zeventiende eeuw al hoe pandemieën een enorm gevoel van angst en onzekerheid teweeg brengen. Zo’n pandemie is eigenlijk te groot om te begrijpen. Dat kan voor ons gevoel eigenlijk niet komen door toeval, of door natuurlijke omstandigheden, zoals het eten van vleermuizen. Er moet haast een soort machinatie achter zitten: een groter plan dat het in werking heeft gezet. In de zeventiende eeuw had je vaak theologische machinaties: het is de straf van God. Dat kan nu niet meer. Dus komt de oorzaak te liggen bij wie macht heeft: de politiek, big business, de farma-industrie of iemand als Bill Gates.”

“Telkens wanneer grote dingen gebeuren, zoals een oorlog of pandemie, zijn mensen bereid te lijden of het moeilijk te hebben. Maar ze willen wel weten waarom. Ze nemen er geen genoegen mee dat het zo doelloos lijkt. Dat het eigenlijk maar toeval en chaos is. Veel complottheorieën geven een structuur in die chaos. Houvast. De duidelijkheid van: eigenlijk is het de overheid of Bill Gates die aan de touwtjes trekt.” Link

‘We willen een goed leven …

… maar jagen alleen na wat meetbaar is.’

Optimalisatie van je lichaam, je productiviteit: dat is zowat ons hele leven, zegt de Duitse socioloog Hartmut Rosa. Tegelijk bezorgen de dingen die we niet kunnen beheersen ons een groeiend gevoel van machteloosheid.

Die drang om de wereld naar onze hand te zetten, te domineren is de grondtoon van deze tijd. Dat stoelt op het idee dat we onze omgeving volledig in onze macht kunnen krijgen, ook de natuur.

Het is niet een koning of de kerk, niet de natuur of onze geschiedenis die bepalen hoe je moet leven. Dat doe je zelf, zoals je in je smart home alles regelt met de afstandsbediening. Jij bent autonoom en soeverein. Tegelijk bezorgen de dingen die we niet kunnen beheersen ons een groeiend gevoel van machteloosheid. De democratie belooft ons dat we de samenleving kunnen vormgeven, maar wat overheerst, is het gevoel dat we machteloos staan tegenover ongelijkheid, klimaatverandering. We bewegen voortdurend tussen het verlangen naar almacht en een gevoel van totale machteloosheid.

Dat bedoel ik wanneer ik in mijn boek Resonanz schrijf dat de moderniteit uit balans is. Volgens mij missen we resonantie in onze relatie met de natuur, geschiedenis, met andere mensen en ook in die met onszelf, ons lichaam. Het ene moment denk je dat je alles aankunt, dan ineens sta je op de rand van een burn-out. Bij een burn-out raak je de greep kwijt, je kunt nauwelijks meer de trap opkomen. Het is een sociaal fenomeen, iets anders dan een depressie. Het geeft je ook het gevoel dat er iets fundamenteels niet klopt in je leven. Link

Scroll to Top