Cultuur

Onze cultuur neemt

De Britse schrijver Paul Kingsnorth (48) kijkt sceptisch naar de ‘narratieve oorlog’ over de ‘lessen’ van de coronacrisis, waarin ieder zijn gelijk wil halen. Hoog scoort de crisis als een kans op het realiseren van een betere wereld, met minder vliegen, minder werken, meer saamhorigheid. Aan Kingsnorth (auteur van onder meer Bekentenissen van een afvallig milieuactivist – Een radicaal andere kijk op natuurbescherming en de roman Beest) zijn zulke wensdromen niet besteed. In zijn onlangs verschenen essay Finnegas, waaruit de bovenstaande regels komen, drukt hij ons met de neus op de feiten.

Finnegas is in de Keltische mythologie een oude kluizenaar die zijn hele leven heeft gezocht naar de magische zalm die alle wijsheid van de wereld in zich draagt. Maar het is de jonge Finn die de vis uiteindelijk vangt. Finnegas beseft dat het niet aan hem was om boven zichzelf uit te stijgen, maar aan de generatie na hem. Zijn taak was slechts de weg te plaveien. Zo zal het volgens Kingsnorth ook zijn voor ons in de coronacrisis, die, voortgekomen uit de manier waarop wij dieren exploiteren, een symptoom is van de veel grotere ecologische crisis: we willen misschien wel veranderen, maar kunnen het niet. ‘Wij zijn niet Finn. Maar wellicht, als we geluk hebben, kunnen we Finnegas worden.’

Het is vintage Kingsnorth, een milieuactivist die de groene beweging eind jaren negentig teleurgesteld vaarwel zei toen zij het marktdenken overnam van het bedrijfsleven (duurzaamheid als businessmodel) en vrienden zich ontpopten tot ecomodernisten – optimisten die denken alle milieuproblemen te kunnen oplossen met nieuwe technologie. Kingsnorth ging de ecologische crisis steeds meer als een spirituele crisis beschouwen, gevolg van het feit dat de mens zich niet meer ziet als deel van de natuur. Hij gelooft niet langer in oplossingen, de catastrofe is niet meer te stoppen, en de tijd is gekomen voor ‘planetaire rouw’, het thema ook van zijn schrijversproject Dark Mountain (vanaf 2008). Link

Jongens, pik het niet meer

‘Het is een tijd die niemand ooit heeft meegemaakt. Dit is splinternieuw voor iedereen. Dus niemand weet hoe het verder zal gaan. Maar wat me opvalt, is dat de rolverdeling in de samenleving weer duidelijker wordt. Het kabinet neemt maatregelen en de burgerij vindt die leidende rol prettig. En ook het parlement weet weer wat het moet doen, namelijk die maatregelen controleren. Je ziet ook dat de wetenschap weer meer op waarde wordt geschat. Gelukkig, want dat was een zeer zorgelijke ontwikkeling, dat Parlementsleden zeiden: ik geloof de wetenschap niet. Terwijl politici moeten beseffen dat ze geen wetenschappelijk debat kunnen voeren, daar hebben ze eenvoudig de deskundigheid niet voor. Ze moeten de resultaten van de wetenschap politiek en maatschappelijk interpreteren. En ik vind dat het kabinet dat momenteel verstandig doet. De regering regeert. En dat is wat mensen bij een crisis prettig vinden. Ik heb dat zelf gemerkt in de tijd van hoog water, in 1995. Ik was toen Commissaris van de Koningin in Gelderland en wij moesten mensen evacueren. Dat is de enige periode in mijn politieke loopbaan geweest dat ik brieven kreeg met: ‘Wat fijn dat er een overheid is die een beslissing neemt. Want dan weten we wat we moeten doen.’ En dat zie je nu ook weer. Maar natuurlijk zijn er ook tal van problemen, vooral omdat we zo weinig weten over hoe het verder zou kunnen gaan en hoe het verder zou moeten gaan. We moeten stap voor stap, tastenderwijs, door deze tijd heen. Of, zoals Rutte zei: ‘Varen in de mist.’ Link

We zijn geneigd weg te lopen van onze angsten

Laten we wel zijn – een huisarts heeft in de helft van de gevallen geen idee wat er medisch aan de hand is. Dat is de realiteit. Hij heeft geen diagnose en als hij die wel heeft, bestaat er vaak geen medische oplossing. Dus als je wel denkt die te moeten bieden, ben je in minstens de helft van de gevallen doodongelukkig. Dat speelde bij mij sterk. Ik had de indruk dat mensen meer van me verwachtten dan ik kon geven. Dat maakte het zwaar.’

Eenzaamheid is misschien wel het meest kenmerkende van de mens: dat is wat ons allemaal verbindt en het verdragen daarvan is wat ons te doen staat. Verzoening ermee is een opdracht. Hoe beter je dat kan, des te meer je je talent voor geluk kunt ontwikkelen. Als je eenzaamheid te veel uit de weg gaat, ga je van de mensen om je heen te veel verwachten; dan wil je dat zij verhullen dat het leven ook eenzaam, pijnlijk en vervelend kan zijn. Die ­verwachtingen kunnen de verhoudingen verstoren. Uiteindelijk moet je jezelf overeind houden en ben je verantwoordelijk voor je eigen geluk. Hoe fijn het ook is dat je vrienden, kinderen en een partner hebt, zij zijn niet daarvoor niet verantwoordelijk. Link

Samenwerking door corona is de grootste reden voor hoop

Op rustige toon brengt antropoloog Jared Diamond een keiharde boodschap: „Er zullen meer mensen overlijden aan Covid-19 dan aan de Spaanse griep van 1918. Reken maar uit. Het dodental van de Spaanse griep wordt geschat tussen de 25 en 50 miljoen. Er zijn momenteel 7,7 miljard mensen op aarde. Als twee procent overlijdt aan Covid-19, zijn dat 154 miljoen mensen. Als de helft van de wereld het virus krijgt, zullen er alsnog 77 miljoen mensen overlijden.” In die orde van grootte moeten we denken, volgens Diamond. Hij verwacht dat corona de dodelijkste ziekte uit de geschiedenis wordt.

In 1997 verwierf de academische veelvraat Diamond (82) internationale bekendheid met zijn boek Zwaarden, Paarden en Ziektekiemen. Daarin beschreef hij waarom delen van de wereld zich hadden ontwikkeld, terwijl andere regio’s achterbleven. Diamond schreef dat toe aan hun geografische ligging, klimatologische factoren en ziektes. Het coronavirus lijkt dan ook een onderwerp bij uitstek voor hem, maar zo ziet hij dat niet: „Het ontwikkelt zich zo snel dat het onderwerp zich niet leent voor een boek. Alles wat ik nu zou schrijven is maandag alweer verouderd. Dit laat ik aan journalisten over.” Link

De leukigheidsmaatschappij

Net als velen van mijn generatie – en dan heb ik het over randstedelijke twintigers en dertigers – heb ik geleerd om een groot deel van mijn leven uit te besteden. Een fiets bezitten, laat staan een band plakken? Daarvoor bestaat Swapfiets. Een fietstocht door de stromende regen? Dan liever een ‘Ubertje’. Voor schoonmaak bestaat Helpling. Iets kapot in huis? Dan heb je vast wel een handige ouder die klaarstaat om dat dezelfde dag nog te maken. En op de avonden dat je wél zelf kookt, laat je een maaltijdbox bezorgen.

Hetzelfde geldt voor ons persoonlijke leven – dat hebben we uitbesteed aan kleurige icoontjes op ons scherm. Voor liefde openen we Tinder, om in conditie te blijven Onefit, voor mentale rust Headspace en om te ontspannen Netflix.

Verwend, onvolwassen? Misschien. Uit onderzoek van het CBS in 2019 blijkt dat jongeren van nu later de ‘volwassen’ mijlpalen bereiken – al was het maar omdat je in de flex-economie nu eenmaal minder snel een huis kunt kopen of gezin kunt onderhouden.

Maar bovenal biedt ons uitbestede leven een gevoel van efficiëntie. Want, zoals ik eerder voor NRC schreef: millennials hebben het idee geïnternaliseerd dat ze in dit neoliberale tijdperk elk moment van de dag productief moeten zijn. Link

De dood is een soort strenge vader

De dood. Het is niet het onderwerp van het vraaggesprek, want dat is: wat maakt het leven de moeite waard. Alleen, je kunt dus zeggen dat dat de dood is. Babs Bakels: „Dat vind ik, ja. We zijn met z’n allen op zoek naar zingeving en daarbij kan de dood je helpen: die voorziet in het zingevingsgat dat er is door het wegvallen van religie. De tijdsdruk van de dood maakt dat je een identiteit ontwikkelt, dat je wordt wie je het liefst wilt zijn. In die zin is de dood een soort strenge vader: hij voedt je met harde hand op. En door de coronacrisis is die vader opeens aanwezig – en zijn mensen bang voor hem. Maar je moet vooral respect voor hem hebben. De dood maakt dat je het leven niet voor lief neemt.” Link

Heeft zich hier een multicultureel drama voltrokken?

Het was „de grootste bedreiging voor de maatschappelijke vrede”. Een onoverbrugbare tweedeling dreigde te ontstaan tussen autochtonen en migranten – de laatste groep weggezakt in de onderklasse, zonder diploma, zonder werk, de taal niet sprekend. En de politiek liet het gebeuren.

Dat stelde publicist Paul Scheffer in zijn essay ‘Het multiculturele drama’, precies twintig jaar geleden verschenen in NRC. Weinig essays hebben zó’n invloed gehad op het publieke en politieke debat in Nederland. Na de aanslagen op het World Trade Center op 9/11, na de moord op Pim Fortuyn en Theo van Gogh – steeds werd ernaar verwezen. Scheffer zou de spanningen tussen culturele groepen hebben voorspeld. Hij wordt gezien als ‘geestelijk vader’ van het debat over de multiculturele samenleving. Eerst was er Scheffer, klonk het vaak in beschouwingen, toen Pim Fortuyn en toen Geert Wilders.

Heeft zich in de afgelopen twintig jaar een drama voltrokken? Is er een onoverbrugbare tweedeling ontstaan? Link

De Grote Oorlog

Met Golden Globes voor beste drama en beste regie nestelde Sam Mendes’ 1917 zich zondag ferm in de kopgroep van Oscarfavorieten. Terecht, want deze ogenschijnlijk in één take en in ‘real time’ opgenomen excursie door het niemandsland van de Eerste Wereldoorlog is een zenuwslopende nagelbijter. Link

Een konijn voor $91 miljoen

Of Waarom gaan er zulke gigantische bedragen om in de kunstmarkt?

Als door de bliksem getroffen, zo voelde de legendarische kunstverzamelaar Peggy Guggenheim zich toen ze na twaalf jaar Venetië weer eens een bezoek bracht aan haar voormalige woonplaats New York. Tot haar verbijstering was in de Sydney Janis Gallery een tentoonstelling van Willem de Kooning bijna uitverkocht: 19 schilderijen, voor een totaalbedrag van 150.000 dollar. En het Metropolitan Museum was in haar ogen helemaal gek geworden: het had 30.000 dollar neergeteld voor een zeven jaar oud abstract druipschilderij van Jackson Pollock.

De New Yorkse kunstbeweging was dolgedraaid, schreef Guggenheim (1898-1979) in haar memoires. ‘Verzamelaars kochten alleen de duurste kunst, omdat ze nergens anders op durfden te vertrouwen. Sommigen kopen alleen om te investeren, plaatsen schilderijen in de opslag zonder er zelfs maar naar te kijken, en bellen elke dag naar hun galerie voor de nieuwste prijsopgave, alsof het aandelen zijn die ze willen verkopen.’

Het is een citaat uit 1959, dat wonderwel past op de huidige kunstmarkt. Het zal de reden zijn waarom de Amerikaanse schrijver Michel Shnayerson (1954) zijn geschiedschrijving van de naoorlogse Amerikaanse kunstmarkt met Peggy Guggenheim begint. De Amerikaanse leidde tot 1947 een galerie in New York. Na haar vertrek verhuisden haar kunstenaars – Barnett Newman, Mark Rothko, Clyfford Still én Jackson Pollock – naar de galerie van Betty Parssons. Hedendaagse kunst was in het naoorlogse Amerika nog iets voor een select groepje liefhebbers. Zelfs voor 150 dollar wist Parssons in 1947 de schilderijen van Pollock niet te slijten. Link

Door het nieuws lijkt de wereld simpeler dan-ie is

Het allergevaarlijkst werkt het bevestigingsvooroordeel bij ideologieën. Ideologieën behoren tot de idiootste dingen die ons brein produceert. In feite zijn het zelfgebouwde, geestelijke gevangenissen. Ideologieën zijn opvattingen tot de macht tien, ze leveren stellingen als het ware in bundels en vormen hele wereldbeschouwingen. Ze werken als zwakstroom op ons brein die allerlei kortsluitingen veroorzaakt en zekeringen laat doorbranden.

Vermijd ideologieën en dogma’s tot elke prijs – juist als ze je wel aanstaan. Ideologieën zijn gegarandeerd verkeerd, ze vernauwen je kijk op de wereld en verleiden je tot miserabele beslissingen. Nieuws versterkt het bevestigingsvooroordeel en wordt zo het hulpwerktuig van ideologieën. Wat overigens precies is wat we in de politieke discussie zien: je laat een wervelstorm van nieuws op de bevolking los en die valt gepolariseerd uit elkaar. Link

We zijn het veel meer eens dan we denken

Van de gemiddeld tachtig jaar op aarde brengt een doorsnee mens ongeveer en door. In die twintig jaar (!) dat hij naar een scherm kijkt, vormt zich een flink deel van zijn wereldbeeld.

Dat beeld ziet er ongeveer zo uit. 

De wereld is gepolariseerder dan ooit. Over bijna alle grote onderwerpen – van klimaat tot immigratie, van vluchtelingen tot racisme – staan we lijnrecht tegenover elkaar. We leven in ‘bubbels van het eigen gelijk’ – of erger nog:  De verdeeldheid is zo groot dat we niet alleen andere meningen, maar zelfs andere feiten zijn toegedaan. De wereld is zwart-wit, links-rechts, voor-tegen – en daartussen gloort niets meer dan een gapend gat van onmin, onbegrip en onverzoenlijkheid. Link

Dutch influence still echoes across contemporary American life

When his children were at preschool in Hackensack, New Jersey, building restorer and historian Tim Adriance taught them a simple nursery rhyme. Although it has a Dutch name – Trip a Trop a Tronjes (“The Father’s Knee is a Throne”) – the song can be sung in English too, making it easy for them to learn. Soon, Adriance remembers, their whole class, mostly Filipino and African American boys and girls, were enthusiastically chanting along.

None of this seems unusual unless you know the song’s history. Remarkably, Trip a Trop a Tronjes was first sung on American shores in the 1600s, before the United States even existed, when Dutch settlers established New Amsterdam – now New York – and built farms in the surrounding countryside. Centuries later, the song has survived through Tim Adriance and Dutch-Americans like him, passed on to immigrant children who reached New Jersey in a different age.

This is part of a far larger, mostly unexplored story. New Amsterdam was renamed centuries ago, and the hills and copses once known as New Netherland – the short-lived, 17th-Century Dutch colony in North America – now lope gently through a stretch of the US states of New York, New Jersey, Delaware and Connecticut. But like Trip a Trop a Tronjesin Hackensack, the old Dutch influence still echoes across contemporary American life. This is doubly true in the region the Dutch once called home: the architecture, language and culture of New Netherland influences New York today, even if most modern-day inhabitants have little idea of the history beneath their feet. Link

An ordinary bicycle’s epic journey

Bicycle-making has become one of the most complex and integrated international industries there is.

Made On Earth – a new series by BBC Future and BBC World News – looks into the everyday items that have shaped global trade routes and left a lasting imprint in cultures around the world. Link

The smart move

We all know people who have suffered by trusting too much: scammed customers, jilted lovers, shunned friends. Indeed, most of us have been burned by misplaced trust. These personal and vicarious experiences lead us to believe that people are too trusting, often verging on gullibility.

In fact, we don’t trust enough.

Take data about trust in the United States (the same would be true in most wealthy democratic countries at least). Interpersonal trust, a measure of whether people think others are in general trustworthy, is at its lowest in nearly 50 years. Yet it is unlikely that people are any less trustworthy than before: the massive drop in crime over the past decades suggests the opposite. Trust in the media is also at bottom levels, even though mainstream media outlets have an impressive (if not unblemished) record of accuracy. Link

De meeste mensen deugen – in de praktijk

Voor alles een eerste keer. Ik ben inmiddels 31 jaar en – hoewel licht kalend – nog steeds zo fris als een hoentje. Of althans, zo voel ik me. Toch moet ik bekennen dat, als het over zaken als YouTube, Instagram en Snapchat gaat, ik me regelmatig oud voel. Stokoud.

Zelfs als heuse millennial ervaar ik een grote, gapende kloof ten opzichte van de generatie onder mij. Dat is de generatie die met de smartphone is opgegroeid, die de NPO als geriatrisch instituut beschouwt en die alle nieuws, entertainment en levenswijsheden door influencers en ander volk op YouTube en Instagram krijgt toegediend.

Ik vond het dan ook ontzettend leuk toen Marije van der Made, professioneel YouTuber, mij vroeg of ik mee wilde doen aan een van haar video’s. Ze had mijn boek De meeste mensen deugen gelezen, was geïnspireerd geraakt, en wilde nu m’n theorie in de praktijk brengen. Wat zou er gebeuren als je een maand lang aardige dingen doet voor vreemden?

Zie het resultaat … Link

Scroll to Top