Boeken

Friesland breekt de natuur helemaal af

In Nederland is de biodiversiteit verschrompeld tot ongeveer 15 procent van de situatie in 1900. Dat is een schokkende afname. Gemiddeld resteert in Europa nog bijna de helft van de oorspronkelijke soorten.

Op wereldschaal is ruim zeventig procent behouden gebleven, schreef het Planbureau voor de Leefomgeving in 2014. Maar in Nederland is dus 85 procent verdwenen van het bodemleven, van wat er vliegt, kruipt en zwemt, van wat er groeit in de natuur.

Kunstenaar Christiaan Kuitwaard, een van de samenstellers van ‘Veldwerk’, haalt een herinnering op aan fietstochtjes met zijn ouders door de weilanden rond IJlst. “De lucht was vol van vogelgeluiden. Nu hoor je bijna niets meer als je door de weilanden fietst. Langzaam besef je dat een weiland geen natuur is, maar een leeg agrarisch industriegebied.” Friesland is per saldo de provincie waar de afbraak het hevigst is te merken. Link

The demons that drove John Cheever

On a damp and unseasonably cold summer morning, Susan Cheever and I leave her apartment in New York and drive to Ossining, in Westchester County. We are going to visit the stone-ended Dutch Colonial she lived in as a teenager, a house her 90-year-old mother, Mary, still miraculously inhabits. Susan, who is 65, begins our journey with the slightly ragged air of one who has packed for a long trip a little too fast; her ultimate destination is Bennington College, Vermont, where she teaches non-fiction writing. But this doesn’t last long. Barely have we left the city than I notice that her face is suffused with a warm, proprietorial glow. Rather to my amazement, she is enjoying our talk, which is all about her father, John Cheever, the great American writer. I had expected it to be painful. “Oh, yes,” she says, when I mention this. “I’m sort of enchanted by my family. I have this weird family worship.” She peers determinedly through the misted windscreen. “Wait till you see the house! This beautiful building that is now the ugliest place on earth. It’s like the House of Usher.” Link

Niets is wenselijker dan in je eentje te zijn

 … en de dagen vermenigvuldigen zich, de ene identiek aan de andere.

Ik sla de vormloze tijd aan stukken door wat te wandelen, te lezen, te schrijven, bij vlagen het onzichtbare vrezend, terwijl het zichtbare – de streeploze lucht, de schoongeveegde stad – juist aan de beterende hand lijkt. Als de mens schuilt, fluiten de vogels. En hoe toepasselijk dat ik tijdens deze lockdown Kenko lees, de Japanse heremiet die in de veertiende eeuw de dagen mijmerend achter zijn inktsteen doorbracht en lukraak noteerde wat in hem opkwam. Omdat je, zo schreef hij, een winderig gevoel krijgt als je niet zegt wat er op je hart ligt. ‘En dus laat ik mijn penseel maar zijn gang gaan. Het is een zinloos vertier, maar alles wat ik schrijf mag dan ook versnipperd en weggegooid worden – het is niet de bedoeling dat iemand het ooit te zien krijgt.’ Wat me de beste benadering van schrijven lijkt, eentje die voorkomt dat je pirouettes gaat maken voor het publiek. Link

Magnum opus van John Steinbeck

Een van de bekendste Bijbelverhalen is slechts een handvol verzen lang: ‘En Adam bekende Eva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn en zeide: “Ik heb een man van de Here verkregen.” En zij voer voort te baren zijn broeder Abel. En Abel werd een schaapherder en Kaïn werd een landbouwer. En het geschiedde ten einde van enige dagen, dat Kaïn van de vrucht des lands den Here offer bracht. En Abel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen en van hun vet. En de Here zag Abel en zijn offer aan. Maar Kaïn en zijn offer zag hij niet aan. Toen ontstak Kaïn zeer en zijn aangezicht verviel. En de Here zei tot Kaïn: “Waarom zijt gij ontstoken en waarom is uw aangezicht vervallen? Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? En zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur. Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen.”’

Iedereen – bijbelvast of niet (ik) – weet wat er volgt: Kaïn doodt Abel en vlucht naar het land Nod, dat ten oosten van Eden ligt. Het is hét universele verhaal over hunkering naar liefde, over krenking en jaloezie, herkenbaar voor iedereen die in deze wereld leeft, en zeker voor wie een competitieve relatie heeft met een broer of een zus. (En ja, ik denk dan direct aan mijn eigen broer, het verlies en de gebrekkige ouderliefde die onze relatie gecompliceerd heeft, de verwijten, maar ook de onverbrekelijke band.)

Het is een complex verhaal. Ambigu. De Here vervloekt Kaïn, die nooit meer vruchtbare grond zal vinden om te bewerken, maar vervloekt ook allen die Kaïn kwaad willen doen. En terwijl Abel begraven ligt, is het Kaïn die zich zal voortplanten. Wat zegt dat? En is Kaïns (overtrokken) reactie op het ongevoelige favoritisme van de Here alleen Kaïn aan te rekenen? En wat te denken van ‘gij zult heersen over de zonde’? Is ‘gij zult’ wel de correcte vertaling van de oorspronkelijke tekst? Hoe veranderen vertaalkeuzes de betekenis van het verhaal?

Het zijn centrale vragen in John Steinbecks magnum opus Ten oosten van Eden (1952), nu uitgebracht in de uitmuntende nieuwe vertaling van Peter Bergsma. Link

De onderklasse van Amerika

Het is me altijd onduidelijk geweest wat Hillary Clinton bedoelde toen ze in 2016 zei dat Amerika „already great” was. Het was vast bedoeld als opbeurende en patriottistische repliek op het door Trump neergezette beeld van Amerika als vermorzeld land, maar het klonk wereldvreemd, geprivilegieerd en, eerlijk gezegd, waanzinnig.

Hoe waanzinnig bedenk ik me al bladerend door Dignity. Seeking Respect in Back Row America van fotograaf Chris Arnade (1965). Hij is een voormalig Wall Street-bankier die eerst uit interesse afreist naar de zwakste buurten van Brooklyn en zich later, nadat hij zijn baan heeft opgezegd, helemaal stort op wat hij ‘back row America’ noemt, de onderkant van de samenleving. In Dignity combineert hij foto’s met essayistische reportages.

Hij laat zien dat er niets ‘great’ is aan Amerika. Niet aan de bovenkant, maar daar kom ik zo op, en zeker niet aan de onderkant.

Het pijnlijkst zijn Arnades foto’s van door drugs vernielde levens en gezichten. Jaarlijks overlijden ruim zestigduizend Amerikanen aan een overdosis – mede daardoor dáált de levensverwachting van witte Amerikanen, maar Arnade heeft zulke cijfers niet nodig om de crisis te laten zien. Hij fotografeert de verweesde gezichten van een gezin dat leeft uit een winkelwagen. Van een jong stelletje dat verslagen in de camera kijkt, in de hoek liggen bierblikjes, op de grond pleisters die het bloeden van de naald moeten stoppen.

Wat een armoedig, vervallen land. Wie dit Amerika wil begrijpen, schrijft hij, moet in de McDonald’s gaan zitten. Wat er nog over is van gemeenschappen zit dáár. McDonald’s als gemeenschapscentrum in steden waar het enige sociale verband nog ellende lijkt te zijn. Arnade praat er met, en fotografeert, daklozen, drugsverslaafden, tienermoeders, bingo-spelende bejaarden, enzovoort. Link

Een Joodse Buddenbrooks

Zo is De Effingers in de loop der jaren door sommigen genoemd. En dat is niet eens zo vreemd, want die onlangs heruitgegeven en in Duitsland voor het eerst bejubelde roman van Gabriele Tergit uit 1951 handelt ook over vier generaties Duitsers, al bestrijkt Thomas Manns met de Nobelprijs bekroonde epos de jaren 1835-1877 – met als hilarisch hoogtepunt de revolutie van 1848 als het Lübeckse canaille niet weet waarvoor het de straat op is gegaan – terwijl De Effingers in 1878 begint en in 1948 eindigt.

Maar hoewel de autofabrikant Paul Effinger, een van Tergits hoofdpersonages, aan koopman Thomas Buddenbrook doet denken, zijn vrijgevochten schoonzuster Sofie op Thomas’ zuster Toni lijkt en zijn schoonvader, de altijd goedgehumeurde bankier Emmanuel Oppner, veel weg heeft van Johann Buddenbrook, gaat die vergelijking toch mank. Al was het maar omdat De Effingers niet over het verval van een Noord-Duitse patriciërsfamilie gaat, zoals De Buddenbrooks, maar over de onverstoorbare levenslust van vier generaties uit drie geassimileerde Joodse families – de kleinburgerlijke sociale stijgers de Effingers en de deftige Berlijnse Goldschmidts en Oppners. Deze levenslust, die zich zelfs niet door de nazi’s laat intimideren, blijkt zowel uit de 152, vaak korte en listig gecomponeerde hoofdstukken, als uit het ritmische, moderne taalgebruik en de filmische montagetechniek waarmee Tergit de jaren aan elkaar rijgt. Link

H.L. Mencken -1880 – 1956-

In a recent conversation with the smartest person I know, she suggested that society might have a certain threshold for the tolerable rate of change, past which people begin to shut down and push back on progress. As Bob Dylan put it, “people have a hard time accepting anything that overwhelms them.” Perhaps it is that if we dismantle our crutches too quickly and attempt to leap forward, we end up falling backward — crutches though they may be, the limiting beliefs that exist in any given society at any given time exist for a reason, as a comfort and a hedge against the overwhelming uncertainty of progress and possibility. When a society has shed its crutches of inequality in a relatively short period — from finally recognizing the dignity of all love with marriage equality to finally taking stock of a generations-old wound with Black Lives Matter — vast swaths of the population are perhaps bound to find the rate of change intolerable, bound to find themselves tossed into a brave new world that feels incomprehensible and uncertain, and to react by facing backward rather than forward. Link

Arrogant, kinderloos of oud?

Wat is een heks? Een oude vrouw met een haakneus die zich tegoed doet aan kindervlees? Of een heldin met superkracht? In haar jeugd maakte de Franse schrijfster Mona Chollet kennis met ‘Wapper Zachtweer’, een personage uit het Zweedse jeugdboek De kinderen van de glasblazer. Deze heks, die kwaadaardige tegenstanders in het stof liet bijten, prikkelde haar kinderfantasie. ‘Vrouw-zijn kon betekenen dat je een extra kracht had’. Toen Chollet zich op latere leeftijd in het onderwerp ging verdiepen, ontdekte ze waar de term ‘heks’ eigenlijk voor stond: ‘Een leugenachtige aantijging die de foltering en de dood van tienduizenden vrouwen veroorzaakt heeft.’

In Heksen. Eerherstel voor de vrouwelijke rebel, eind vorig jaar vertaald vanuit het Frans, onderzoekt Chollet (1973) de rol die de heks in de loop van de eeuwen heeft gespeeld. Zo beschrijft ze hoe de heksenvervolgingen, die voornamelijk in de zestiende en zeventiende eeuw plaatshadden, deel uitmaakten van een wrede oorlog tegen vrouwen. Vrouwen die te onafhankelijk waren, kinderloos of simpelweg te oud, moesten vechten tegen negatieve stereotypen en het met hun leven bekopen. Dat waren geen incidenten. Zo werden tijdens de vervolgingen zo’n 50.000 tot 100.000 mensen geëxecuteerd. Van de beschuldigden was 80 procent vrouw, en van degenen die daadwerkelijk schuldig werden bevonden, 85 procent vrouw. Link

Kruisvaarders vormden de zoveelste knokploeg in het Midden-Oosten

Een geheime geschiedenis is het niet. Maar als het om kruistochten gaat, wordt zelden verteld hoe het kruisvaarderskoninkrijk Jeruzalem in de twaalfde eeuw volwaardig meedraaide in de nogal ingewikkelde regionale machtspolitiek van het toenmalige Midden-Oosten.

Hoe bijvoorbeeld in 1167 de jonge, ietwat vadsige christelijke koning Amalrik van Jeruzalem 400.000 gouddinars (bijna 2.000 kilo goud) zou krijgen van de islamitische grootvizier van Caïro om hem te helpen tegen diens oude bondgenoot, de al even islamitische emir van Damascus (die dezelfde grootvizier eerder aan de macht had geholpen, maar nu Egypte binnenviel). En zo kwam het dat Amalriks kruisleger daarna in heel Egypte vocht tegen die troepen van Nur al-Din, maar ook weer Caïro belegerde omdat de grootvizier traag was met betalen. Een complexe, razend spannende geschiedenis, maar misschien moeilijk te verfilmen. Link

‘Hé John, waar gaat dit over?’

Toen Donald Trump in november 2017 een tussenstop maakte in Hawaii tijdens zijn eerste reis naar Azië als president van de Verenigde Staten, regelden zijn medewerkers een bezoek aan Pearl Harbor. Samen met zijn vrouw Melania en de toenmalige stafchef van het Witte Huis, John Kelly, bezocht Trump de nationale gedenkplaats USS Arizona, waar de meer dan 2.300 Amerikaanse militairen worden herdacht die omkwamen bij de Japanse verrassingsaanval op de marinebasis bij Honolulu. Als gevolg van die aanval op 7 december 1941 raakten de VS betrokken bij de Tweede Wereldoorlog.

Trumps verre voorganger Franklin Roosevelt bestempelde die dag als ‘een datum die zal voortleven in schande’, en sindsdien hebben de meeste presidenten een plechtig bezoek gebracht aan de rampplek. Maar Trump leek het weinig te zeggen. ‘Hé John, waar gaat dit over?’, vroeg hij aan Kelly. ‘Waar is dit een rondleiding van?’ Kelly, een voormalige generaal van de Amerikaanse mariniers, was verbouwereerd. Hij legde het historische belang van Pearl Harbor uit aan de president. Volgens een voormalige vooraanstaande adviseur was Trump ‘soms gevaarlijk ongeïnformeerd’.

Het incident wordt beschreven in Een heel stabiel genie. Hoe Donald Trump Amerika op de proef stelt, van de Amerikaanse auteurs Philip Rucker en Carol Leonnig. Het werk van de twee journalisten van The Washington Post, dat deze week verscheen, is een chronologisch relaas van de eerste tweeënhalf jaar van het presidentschap van Trump, van zijn verkiezingszege in november 2016 tot kort na de publicatie van het onderzoeksrapport van de speciale aanklager inzake de Rusland-affaire, Robert Mueller, dit voorjaar. De titel is een verwijzing naar een omschrijving van de president door hemzelf op Twitter. Link

Sytze van der Zee interviewde zo’n tachtig bejaarde Nederlanders over het beangstigend gewone leven tijdens de Tweede Wereldoorlog

Haarscherp herinnert Greet Visser (1932) zich hoe na de capitulatie in mei 1940 een kapitein van de Wehrmacht bij haar thuis in Rotterdam werd ingekwartierd. Op een dag liet hij zich tegenover haar ouders uit over de nabije toekomst en zei dat die ‘heel, heel erg’ zou worden. Een paar weken later vertrok hij op een ochtend naar de kazerne. Hij deed er zijn uniform uit, trok een badpak aan en schoot zich een kogel door het hoofd.

Het verhaal over deze Duitse officier, die het vertikte om in blinde gehoorzaamheid misdadige bevelen op te volgen, is een van de vele opzienbarende getuigenissen uit Wij overleefden. De laatste ooggetuigen van de Duitse bezetting van Sytze van der Zee (1939). Aan de hand van interviews met zo’n tachtig bejaarde Nederlanders, die vaak voor het eerst hun verhaal (durven) doen, schetst hij een caleidoscopisch beeld van het dagelijks leven tijdens de oorlog.

Op iemand die het niet heeft meegemaakt komt dat leven soms beangstigend gewoon over. Toch is van nivellering van het kwaad nergens sprake. De nazi-misdaden komen bij Van der Zee ruimschoots aan bod, ook al klinken de geïnterviewde NSB-kinderen en SS’ers soms naïef, alsof ze per ongeluk in het kamp van de vijand zijn beland. Voor veel Nederlanders, goed of fout, ging het leven in de eerste oorlogsjaren tenslotte door alsof er niets aan de hand was, terwijl drie straten verderop een Joods gezin werd weggehaald of een NSB’er door het verzet werd geëxecuteerd. Link

21 vragen aan… Irma Maria Achten

‘Voor mij is een boek een ontmoeting met iemand: met sommigen wil ik alleen koffie drinken, met anderen wil ik een heel leven door.’ Irma Maria Achten over de beste sterfscène en de aantrekkingskracht van Langs de lijn. Haar nieuwe roman Augustusverscheen afgelopen september. Link

Alleen de bergen zijn mijn vrienden

In 2013 trachtte de Koerdische dichter en journalist Behrouz Boochani te vluchten naar Australië. In plaats van daar onderdak te vinden, werd hij op zee opgepakt en naar het eiland Manus gevlogen, waar hij illegaal gevangen werd gezet in wat wel de ‘Australische goelag’ en het ‘Australische Guantanamo’ is genoemd. Daar verbleef hij tot september 2019.

Boochani schreef ‘Alleen de bergen zijn mijn vrienden’ tijdens zijn gevangenschap in het geheim op een telefoon die hij voor de bewakers verborgen moest houden. Hij smokkelde zijn verhaal via tekstberichten van het eiland.

Dit boek is een getuigenis. Een even snoeihard als poëtisch ooggetuigenverslag. Een aanklacht. Een aangrijpend relaas van jarenlange opsluiting en ballingschap. Link

Het uur van de specialisten

Was het euthanasieprogramma tot voor kort vooral onderwerp van historici, recent is het ook doorgedrongen tot de literatuur. Zo kwam in 2018 Uwe Timm met zijn roman Icarië, gebaseerd op het leven van een van de theoretici van die leer, en is er nu Het uur van de specialisten (Die Stunde der Spezialisten) van Barbara Zoeke, die voor haar roman gebruik maakt van zowel historisch onderzoek als medische dossiers van de slachtoffers. Het raadsel waarom al die euthanasie-artsen in SS-uniform zich zo fanatiek hebben ingezet voor Aktion E wordt er alleen maar nog groter door, zo krankzinnig en onmenselijk is het.

Een van de twee hoofdpersonen in Het uur van de specialisten is de hoogleraar klassieke archeologie Max Koenig, die aan een erfelijke neurologische aandoening lijdt. Na een val kan hij niet meer lopen en belandt hij in een ziekenhuis waar hij op zijn vermogen om arbeid te verrichten wordt getest. Door het vragenformulier van de artsen naar waarheid in te vullen, tekent hij zijn doodvonnis.

Op zijn ziekbed houdt Koenig een dagboek bij. Ook dicteert hij brieven bestemd voor zijn Italiaanse vrouw aan een mede-patiënt, Carl Hohein. Daarin smeekt hij haar hun dochtertje Angelica het land uit te brengen, omdat zij zijn ziekte mogelijk heeft geërfd en gevaar loopt. Link

Scroll to Top