Boek

Groei en de fatale logica daarvan

In november 2019 presenteerde Elon Musk de Cybertruck, het nieuwste model in zijn stal van elektrische auto’s. Deze is gemaakt van ‘ultrahard, koudgewalst, roestvast staal’ en ‘Tesla-pantserglas’. Bij Maja Göpel viel de mond open, niet uit ontzag voor het acceleratievermogen van de 1.700 kilo zware truck, maar uit afschuw. Waartoe dient zo’n enorme wagen, waarvan er toen ze haar boek schreef al tweehonderdvijftigduizend besteld waren?

Volgens Göpel is de truck een voorbeeld van de ontwikkeling dat technologische verbeteringen en maatschappelijke vooruitgang niet meer hand in hand gaan. Technisch gezien mag de Cybertruck beter zijn dan zijn voorgangers, maar in feite is het een verslindend en overbodig Mad-Max-achtig monster. De truck lost geen problemen op, maar maakt die alleen maar groter.

In Onze wereld nieuw denken geeft politiek econoom Göpel een indringende analyse van een reeks problemen, van klimaatverandering tot ongelijkheid, en geeft ze adviezen voor een andere benadering. ‘Al onze moderne utopieën lijken te ontaarden in dystopische visioenen’, schrijft ze. Technologie produceert Cybertrucks en dataslurpende reuzen. Liberalisme is een systeem geworden waarin bezit zonder verantwoordelijkheid de regel is. En vooruitgang houdt in: ‘veroveren en uitbuiten, expanderen en extraheren.’ Economische groei, nog zo’n fraaie belofte uit het verleden, staat nu gelijk aan klimaatverandering. ‘Dat is de fatale logica van onze beschaving.’ >>>

Een nieuw tijdperk

Met deze aarde gaat het inmiddels niet zo goed en wie de aanhoudende stroom boeken beziet over wat ons te wachten staat bekruipt het desolate gevoel van Kubricks sciencefiction: dat we niet meer terug kunnen. Het is de gedachte van het Antropoceen: de mens heeft het klimaat en de leefomstandigheden op deze planeet zodanig verziekt dat een nieuw tijdperk is aangebroken. Een toekomstig geoloog zal bovenop de afzettingen van het holoceen een aardlaag vinden met daarin de sinistere resten van een menselijke beschaving die het niet heeft gered. >>>

Gronings goud

Op 29 maart 2018 staat voor de camera van Nieuwsuur staat de minister van economische zaken. Zijn zwarte stift piept over het papier van de flip-over. Met een paar steekwoorden en getalletjes legt Eric Wiebes aan Nederland uit hoe hij de gaskraan dicht zal draaien. Er zijn weken van intensief overleg met zijn collega’s in het kabinet aan voorafgegaan. Hij heeft hen ervan moeten overtuigen dat het geen doen meer is. De wijze waarop opeenvolgende kabinetten met de veiligheid van de Groningers hebben gesold, is ontluisterend. Het Groningse vertrouwen is zwaar geschonden. >>>

Lale Gül

Het is heel erg hypocriet als je jezelf wel als slachtoffer ziet van ongelijkheid, maar je geen solidariteit kunt opbrengen voor een vrouw die met ongelijkheid te maken heeft en het is nogal ironisch dat de reacties uit de Turks-islamitische gemeenschap het verhaal van Lale Gül grotendeels bevestigen. >>>

Interview met Lale: over de onvrijheden van Turks-Nederlandse vrouwen | Buitenhof >>>

Meister Eckhart

In de middeleeuwse literatuur werd Eckhart -1260-1328- wel als een ware duivel neergezet, ook door Nederlandse schrijvers. Pas in latere tijden begon hij tot de verbeelding te spreken. Filosofen als Schopenhauer en Heidegger zagen in hem een inspirator. Vooral in de twintigste-eeuwse Nederlandse literatuur keert hij vaak terug, zo laat Jaap Goedegebuure in deze bundel zien. De dichter Paul van Ostaijen voelde zich verwant aan de mysticus Eckhart. Zijn weg van ontlediging vormde een aanknopingspunt voor Van Ostaijens eigen zoektocht naar zuivere lyriek. Ook Simon Vestdijk was gefascineerd door hem, zo blijkt uit de roman Het proces van Meester Eckhart. >>> Eckhart in vijf begrippen. >>> Leven zonder waarom. >>>

Het neoliberalisme leidt tot een stuurloze samenleving

Iemand die door omstandigheden gedwongen wordt om in die mooie, creatieve ruimte van haar te verblijven wordt namelijk als dat lang genoeg voortduurt hartstikke gestoord. Iedere therapeut weet: creativiteit en reflectie hebben zeer duistere schaduwzijden in de vorm van waandenken en obsessies. Misschien moet je zeggen: het kunnen genieten van je eenzaamheid is een voorrecht, een privilege. Slobs boek is een prachtige ode aan het alleen-zijn, maar het geeft ons niet het nodige gereedschap om na te denken over de vervreemding die hoort bij eenzaamheid.

Noreena Hertz geeft ons dat gereedschap. Zij is als hoogleraar economie verbonden aan University College London. In haar De eenzame eeuw wijst zij naar de structurele veranderingen die hebben geleid tot onze vereenzamende samenlevingen. Hertz benadert het onderwerp door een veelzijdige bril. Ik weet niet precies hoe je haar boek zou moeten classificeren: historisch-sociologisch-filosofisch? Interdisciplinair, in elk geval. >>>

Machiavelli geloofde dat het in de sterren geschreven stond

De reputatie van Niccolò Machiavelli (1469-1527) is niet best. Zo verwijst een Engelse uitdrukking voor de duivel, the old Nick, naar zijn voornaam. En de verlichte koning Frederik de Grote bekritiseerde in zijn Der Antimachiavel (1740) het pleidooi voor een rücksichtsloze machtspolitiek, al wist hij zich er zelf, eenmaal op de troon, toch vrij goed van te bedienen.

Een aanhoudende stroom publicaties over Machiavelli probeert het beeld van een amoreel en zelfs cynisch politiek denker te weerleggen, in een stoet van historici en filosofen die al met Spinoza, Hume en Rousseau begint. Tinneke Beeckmans toegankelijk geschreven boek over Machiavelli is geen uitzondering op deze traditie.

In samenspraak met filosofen als Hannah Arendt zet ze uiteen hoe belangrijk de gedachte is dat geschillen in het politieke domein worden uitgevochten. Pas als dit domein vorm krijgt is het mogelijk om de onvermijdelijke conflicten tussen volk en elite met praten en onderhandelen te beslechten in plaats van elkaar fysiek te lijf te gaan.

Verder wil Beeckman met allerhande voorbeelden laten zien hoe actueel Machiavelli’s republikeinse idee van vrijheid is en hoeveel we nog kunnen leren van zijn opvattingen over noodzaak en deugd (virtù). Even achteloos als associatief springt ze van de Belgische of Amerikaanse politiek naar de Italiaanse Renaissance en weer terug naar Churchill, hedendaags populisme, House of Cards, Hitler, de bankencrisis van 2008, George Orwell en de gefnuikte dividendbelasting. >>>

Alles draait maar om identiteit

Joden zijn te veel met het verleden bezig, vooral met de Sjoa, zegt A.B. Yehoshua halverwege ons gesprek over zijn nieuwe roman. Behalve over iemand met geheugenverlies, gaat die tussen de regels door ook over de toekomst van zijn land. Vandaar dat verleden, die eindeloze put vol herinneringen.

„Herinneringen vormen de basis van de Joodse identiteit”, vervolgt hij. Dat komt doordat we lange tijd geen gemeenschappelijk land, gedeelde taal of gezamenlijke structuren hadden. Toch moeten we er een beetje vanaf, want die herinneringen zijn gevaarlijk geworden. We kunnen ons beter richten op de toekomst, die vol nieuwe uitdagingen zit. Zie alleen al de gemeenschappelijke bestrijding van de corona-pandemie.

Sinds zijn vrienden Amos Oz en Aharon Appelfeld twee jaar geleden zijn overleden, is de 84-jarige A.B. Yehoshua de laatste grote Israëlische schrijver van zijn generatie. Al jaren is hij een serieuze kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur. Ter gelegenheid van de vertaling van zijn twaalfde roman, De tunnel, spreek ik hem via Zoom in zijn appartement op de 31ste verdieping van een woontoren in het centrum van Tel Aviv.

De tunnel is het verhaal van een gepensioneerde ingenieur van het ministerie van Wegenbouw, Zvi Luria, die op een dag te horen krijgt dat hij beginnende dementie heeft. Zijn vrouw Dina, met wie hij al een halve eeuw gelukkig is, moedigt hem ondanks die diagnose aan zijn brein te blijven activeren. Ze koppelt hem daarom aan een jonge ingenieur van zijn vroegere afdeling, die in de Negev-woestijn een militaire weg ontwerpt. Het traject loopt dwars over een heuvel waar zich een van de Westelijke Jordaanoever gevluchte Palestijnse onderwijzer met zijn volwassen zoon en dochter schuilhoudt. Zvi raakt betrokken bij hun lot en komt met het idee om een tunnel onder die heuvel te bouwen, zodat de drie Palestijnen er kunnen blijven wonen. Terwijl hij zich vroeger nooit voor de levens van zijn ondergeschikten interesseerde, wordt hij ineens een empathisch mens. >>>

De stad is een grandioze uitvinding

In veertien stadsgeschiedenissen – van het Mesopotamische Uruk tot het Nigeriaanse Lagos – snijdt de Britse historicus Ben Wilson veel thema’s aan, zoals badcultuur, prostitutie, horeca, maar bovenal de stedeling.

Toen de Russische oorlogscorrespondent Vasili Grossman op 17 januari 1945 met het Rode Leger aankwam in Warschau moest hij een flink stuk klimmen. ‘Voor het eerst in mijn leven’, zei hij ‘ben ik via een brandladder een stad binnengekomen’. De nazi’s hadden de Poolse hoofdstad vrijwel met de grond gelijk gemaakt. Voor de oorlog al hadden ze plannen om van Warschau een modelstad te maken voor 130.000 arische Duitsers, met ‘middeleeuwse’ houtskeletbouwhuizen en smalle straatjes in een uitgestrekt parklandschap. Nadat de inwoners op 1 augustus 1944 in opstand kwamen, besloten de nazi’s Warschau inderdaad van de kaart te vegen. In januari 1945 was 93 procent van de stad verdwenen. Ook Duitse steden hadden het zwaar te verduren in de Tweede Wereldoorlog – de Britse luchtmaarschalk Arthur Harris geloofde dat hij het moreel van de burgerbevolking kon breken middels tapijtbombardementen. Hamburg werd voor 61 procent verwoest. Maar de stad krabbelde al snel weer op. ‘Het apocalyptische stadslandschap van Hamburg was voor verkenningsvliegtuigen duidelijk waarneembaar, maar op de grond heerste er in de stad, ongezien, een grote bedrijvigheid’, schrijft de Britse historicus Ben Wilson in Metropolis. >>>

Populisten leiden altijd naar de ondergang

Van de filosoof Hegel is de uitspraak dat de gelukkigste momenten uit de geschiedenis van een volk als lege bladzijden moeten worden beschouwd. De verteller in de roman De reparatie van de wereld van de Kroatische schrijver Slobodan Šnajder (Zagreb, 1948) haalt die woorden aan omdat zijn volk vele gevulde bladzijden kent. Hij woont nu eenmaal in een deel van Europa waar de geschiedenis regelmatig ‘woest tekeer’ gaat. ‘Hier’, merkt hij op, ‘in dit NU, kookte de geschiedenis, en zelfs de kersenbomen in de tuinen aan de rand van de stad kwamen niet zelfstandig in bloei, maar probeerden die af te stemmen op de nieuwe opbloei van het volk.’

In zijn nawoord benadrukt Šnajder die continuïteit nog eens door te beweren dat zijn in 2015 gepubliceerde roman niet af te ronden is, omdat de twintigste eeuw nog lang niet voorbij is. Want hoewel zijn meeste personages aan het einde van zijn boek dood zijn, is alles waar ze voor staan zeer relevant voor de wereld van nu. Zo besef je door De reparatie van de wereld eens te meer waarom begrippen als ‘volk’ en ‘identiteit’ alleen maar ellende veroorzaken als ze van boven worden opgelegd. Maar ook hoe hardnekkig complottheorieën kunnen zijn en hoe groot de aantrekkingskracht van populistische politici is. Die laatsten noemt Šnajder moderne rattenvangers van Hamelen, die hun volgelingen de dood in jagen. >>>

Wilders en Baudet, het stabiele genie volgens Tommy, wakkeren, zoals populisten betaamt het vuur aan >>>

Waarom complotdenkers dit boek zouden moeten lezen

Het is altijd gevaarlijk om lessen te trekken uit de geschiedenis. Toch zou je wensen dat alle aanhangers van complottheorieën Het nazisme en complottheorieën van de Britse historicus Richard J. Evans lezen. Zou iemand daarna nog durven beweren dat bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen ‘de grootste verkiezingsfraude ooit’ is gepleegd? Of dat Bill Gates mensen middels het corona-vaccin wil injecteren met een surveillance-chip?

Misschien doet het iemand twijfelen. Maar de geschiedenis stemt nederig: aanhangers van complottheorieën lieten zich in het verleden niet gemakkelijk overtuigen van hun ongelijk.

Neem De Protocollen van de wijzen van Zion, een van de complottheorieën die Evans ontleedt. De Protocollen zouden een verslag zijn van besprekingen die werden gehouden tijdens het Eerste Zionistische Congres in Bazel in 1897 – een congres dat daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Maar de tekst is fictie. Beschreven wordt hoe de Joden door samenzwering de wereld in hun macht willen krijgen: ‘De niet-Joden zijn schapen en wij, de Joden, zijn de wolven. We hebben de morele orde ondermijnd door de verspreiding van immorele publicaties. Op het afgesproken tijdstip zullen we over de hele wereld in opstand komen en zonder mededogen iedereen doden die ons voor de voeten loopt.’

De Protocollen zijn vermoedelijk aan het begin van de twintigste eeuw samengesteld in het zuiden van Rusland – de auteur is onbekend. Het is ‘een haastig in elkaar geflanst allegaartje van Franse en Russische bronnen’, schrijft Evans. Sommige delen zijn ouder. In 1921 bericht The Times dat De Protocollen grotendeels plagiaat zijn: ze zijn gebaseerd op een boek uit 1864, een reeks denkbeeldige dialogen tussen Montesquieu en Machiavelli.

Niettemin wisten de nazi’s er wel raad mee. Hitler verwees er naar in Mein Kampf en in toespraken. Toen er in 1924 in Duitsland nieuwe beschuldigingen opdoken dat De Protocollen een vervalsing waren, toonde hij de wendbaarheid van de ware complotdenker: het verhaal dat het een vervalsing betrof was in de wereld geholpen door… de Joden! ‘Maar dat is nu juist het overtuigendste bewijs dat hij authentiek is.’ >>>

Brussel wordt De Plek

Volgens de Amerikaanse hoogleraar Vivien Schmidt zag het er lang slecht uit voor de Europese Unie, tot het coronavirus het leiderschap afdwong dat Europa nodig had. ‘De maatregelen suggereren een verdieping van de Europese integratie in een positieve richting.’

Het liefst zou de Amerikaanse hoogleraar Vivien Schmidt (71) direct beginnen over Covid-19 en de omslag die deze pandemie heeft veroorzaakt. Het maakt haar voor het eerst in jaren weer optimistisch over Europa. De eurocrisis in 2010 rond Griekenland was volgens haar een ramp, waarbij de economische problemen van de eurozone niet werden opgelost, terwijl het alleen maar erger werd tijdens de migratiecrisis in 2015. Maar de coronacrisis lijkt, na een aanvankelijke aarzeling, een grote ommekeer. ‘Covid-19 geeft ons een idee van waar de EU in de toekomst naartoe zou kunnen gaan.’

Schmidt doet al haar hele leven onderzoek naar de EU, en dan vooral naar wat de meeste mensen saai vinden aan Brussel: de institutionele, economische en politiek-theoretische kant ervan. En dat doet ze met tomeloze energie en gedrevenheid. ‘Briljant’ wordt ze door collega’s genoemd. Haar cv is zo lang dat het een aantal A4’tjes beslaat en zelfs een verkorte versie van de functies die ze op dit moment bekleedt past nauwelijks in één alinea. Een greep: ze is Jean Monnet-hoogleraar Europese integratie, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Frederick S. Pardee School of Global Studies, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Boston, waar ze ook oprichter en directeur is van het Centrum voor Europese studies, gasthoogleraar aan de Copenhagen Business School en ereprofessor aan de afdeling politieke wetenschappen van de Luiss Guido Carli Universiteit in Rome. Daarnaast zit ze in een aantal adviesraden, waaronder het Wissenschaftszentrum Berlin, en adviseert ze regelmatig de Europese Commissie en het Europees Parlement.

Én afgelopen jaar verscheen haar nieuwste boek, Europe’s Crisis of Legitimacy: Governing by Rules and Ruling by Numbers in the Eurozone. Haar boek Democracy in Europe uit 2006 is vijf jaar geleden door het Europees Parlement gekozen tot een van de ‘100 boeken over Europa om te onthouden’. Het is een wonder dat Vivien Schmidt niet veel bekender is. Zij is de uitgelezen persoon om het ‘eerlijke’ verhaal over Europa te vertellen; over waar het misging en waarom ze nu weer een beetje optimistisch is. >>>

Belangrijkste boek van 2020

Het corona-jaar 2020 heeft ieders leven drastisch verstoord. Alles is ineens anders geworden. Veroordeeld tot een thuisbestaan tussen vier muren, op veilige afstand van bejaarde ouders, vrienden en collega’s, boden boeken daarentegen meer troost dan ooit. Vooral omdat ze je in staat stelden om even aan de rauwe werkelijkheid te ontsnappen. Je zag het in de boekhandel. Eerst waren er klassieke pandemieromans, zoals De pest van Albert Camus of De stad der blinden van José Saramago, die herdruk na herdruk beleefden. Maar aangezien velen zich door zulke beklemmende verhalen nog opgeslotener voelden dan eerst, kozen ze algauw voor andere fictie en non-fictie, zoals geschiedenisboeken over Nederlands-Indië.

Het zou me niet verbazen als er in 2020 meer gelezen is dan in de afgelopen jaren bij elkaar, ook al merk je dat niet meteen aan de omzet van de boekhandel, die in corona-tijden meer dan ooit te lijden heeft onder de concurrentie van online-boekenbesteldienst bol.com.

Om die redenen is het onbegrijpelijk dat juist nu het kabinet boekhandels niet als essentiële winkels beschouwt en ze op zijn minst een afhaalloket gunt. Dat boeken balsem voor de door corona gekwelde ziel zijn is blijkbaar nog altijd niet doorgedrongen tot het Binnenhof. Om iedereen daar nog eens extra op te wijzen vroeg de boekenredactie van NRC aan twintig schrijvers, die het afgelopen jaar zelf een boek publiceerden, welk boek voor hen in 2020 belangrijk is geweest. Net als in voorgaande jaren leverde het verrassende titels op, van romans tot wetenschapsboeken, van politieke non-fictie tot psychologische studies. >>> … de beste boeken >>>

Groei als wonderolie

Met statistieken bestrijdt Hickel het hardnekkige idee dat bbp-groei een voorwaarde is voor een gelukkige bevolking. Het beste tegenbewijs is misschien wel de VS, waar presidenten pronkten met groeicijfers, maar waar ondertussen de infrastructuur afbrokkelde, de levensverwachting daalde en de armoedecijfers stegen. ‘Armere’ landen zoals Finland, Polen en Estland scoren beter op de onderwijsranglijsten. ‘Voorbij een bepaald punt, dat landen met een hoog inkomen allang gepasseerd zijn, draagt meer bbp weinig tot niets bij aan menselijke voorspoed’, schrijft Hickel. Hoeveel geld een land heeft maakt veel minder uit dan hoe een land dat geld besteedt. En investeringen in publieke diensten, zoals gezondheidszorg, onderwijs en openbaar vervoer, leveren een hoog geluksrendement op. Link

Deze boeken konden we niet wegleggen

De cafés zijn dicht, de dagen zijn kort, de avonden lang. Alle tijd van de wereld dus om te lezen. Deze veertien boeken -romans en non-fictie- kunnen onze redacteuren je van harte aanbevelen; deze boeken konden we in 2020 niet wegleggen. Link

Het Feest

Er was eens een prinses die niets bijzonders kon. „Net als ik, vond ik vroeger”, lacht Elizabeth Day (1978). De bestsellerauteur uit Londen weet veel van onzekerheid en schaamte. Haar podcast How To Fail heeft intussen vijf miljoen downloads, het eruit voortgekomen boek werd een bestseller, net als haar voorlaatste roman Het feest (The Party).

The Ordinary Princess van M.M. Kaye was het boek dat ik als kind koesterde. Iedereen kon toveren, behalve die prinses. Zij was anders, schoot tekort. Ik begreep precies hoe zij zich voelde. Zo begint het schrijverschap, denk ik: te weten dat je afwijkt, en van daaruit aan het fabuleren slaan. Waren mijn ouders ruimtewezens? Zo ja, wat waren hun plannen met mij, het normale mensenkind?”

Met een goedkeurend hummetje neemt Elizabeth Day een hap van een koekje in de lobby van het Ambassade Hotel in Amsterdam. Haar faalverhaal is onlangs uitgebracht onder de titel Durf te falen. In dit non-fictiedebuut zet ze uiteen wat ze opstak van pech die haar overkwam. Day is intussen erg succesvol. En eloquent, spitsvondig en opvallend knap om te zien bovendien, maar voelt zich, zegt ze desgevraagd, nog steeds wel eens een oelewapper.

„Het gevoel er niet bij te horen, niet mee te kunnen komen, niets voor te stellen, zit nu eenmaal diep. Ik weet dat ik altijd privileges heb gekend, ik ben wit, ik heb liefhebbende ouders, een goede opleiding en toch… De basisonzekerheid is ontstaan toen ik als Engels kind terechtkwam in Noord-Ierland. Door mijn accent viel ik op; het accent van de vijand, volgens velen. Het was er op straat onveilig.

„Behalve over de gewone prinses las ik graag over de Tweede Wereldoorlog. Ik wilde meer weten van conflict, van wat mensen elkaar in het meest extreme geval aan kunnen doen. Later, als student in Cambridge, had ik, anders dan de meeste anderen, een beurs. Ik ben geen sociopaat zoals Martin, maar ik begrijp hem wel, zijn gevoelens als buitenstaander.” Link

De grimmige toekomst

In zijn boek Zes graden, over ‘onze toekomst op een warmere planeet’, beschreef de Britse klimaatjournalist Mark Lynas in 2008 een apocalyptische scène in Houston. Het is 2045 en de aarde is drie graden opgewarmd. Superorkaan Odessa nadert de kust van Texas. Terwijl sommigen nog koortsachtig hun ramen dichttimmeren, ontvluchten de meeste inwoners in paniek de stad. En dat is maar goed ook. Want korte tijd later beuken windvlagen met snelheden van een paar honderd kilometer per uur in op de gebouwen. Het ergste moet dan nog komen, hoosbuien die in combinatie met de stormvloed grote delen van de stad onder water zetten.

Twaalf jaar later heeft Lynas een tweede versie van zijn boek geschreven – het is geen herziene uitgave, maar een compleet nieuw boek. Daarin erkent hij, dat hij zich in 2008 heeft vergist. Drie graden opwarming zal niet in 2045 zijn bereikt, maar het denkbeeldige scenario in Houston heeft zich in augustus 2017 met de orkaan Harvey al daadwerkelijk voorgedaan. In een wereld die net één graad warmer is dan vóór de Industriële Revolutie.

Het voorbeeld laat zien waarom het goed is dat Lynas zijn boek heeft herschreven. Het concept is hetzelfde gebleven. Net als de vorige keer vertelt hij op basis van de recentste wetenschappelijke literatuur in zes hoofdstukken hoe de aarde eruit zou kunnen zien bij een opwarming van één, twee, drie, enzovoort graden. In iets meer dan een decennium blijkt er zoveel te zijn veranderd, en ook zoveel kennis bijgekomen, dat een beetje lapwerk of een extra hoofdstuk onvoldoende zou zijn geweest.

De mensheid is nu een wereld binnengetreden die in 2008 nog in het verschiet lag. Destijds bedroeg de opwarming ongeveer 0,8 graden. Inmiddels zijn we aangekomen in het eerste hoofdstuk. Eén graad is gepasseerd en we zijn hard op weg naar de twee graden. Link

“Ons Indië”, een hard oordeel

David Van Reybrouck is schrijver van een zeldzame soort. Behalve non-fictie schreef hij theatermonologen, zoals Para, over een Belgische blauwhelm in Somalië (acteur Bruno Vanden Broecke kreeg er een Louis d’Or voor). En hij is een belangrijke stem in het maatschappelijke debat in België. Onvermoeibaar pleit hij voor zogeheten burgerpanels: door loting samengestelde groepen burgers die bij de politieke besluitvorming worden betrokken – een idee dat inmiddels navolging heeft gekregen in de Duitstalige gemeenschap in België, het Brussels Gewest en het Waals parlement.

Aan Revolusi werkte hij vijf jaar. Het is een bijzonder boek: ruim van opzet, voor een breed publiek geschreven, gebaseerd op ooggetuigen die vaak nog nooit gehoord zijn. Het beslaat drie eeuwen, maar de nadruk ligt op de periode 1920-1950, de tijd van onafhankelijkheidsstrijd en dekolonisatie.

Het is een geschiedenis van geweld. Strafexpeditie naar het eiland Banda in 1621: tien- à vijftienduizend doden. Aanleg van de Grote Postweg op Java begin negentiende eeuw: twaalfduizend dode dwangarbeiders. De Java-oorlog (1825-1830): tweehonderdduizend Javaanse doden. De Atjeh-oorlog (1873-1914): honderdduizend doden.

Van Reybrouck somt het allemaal op, de aantallen slachtoffers die het Nederlandse koloniale bewind onder de bevolking maakte om zijn gezag te vestigen. Hij was geshockeerd, zegt hij, door onderzoek van het Britse YouGov in 2019. Dat vroeg Europeanen of ze trots waren op hun koloniale verleden. Nederland stak „met kop en schouders” boven de rest uit. 50 procent van de ondervraagden was trots op het vroegere imperium, tegenover 32 procent van de Britten, 26 procent van de Fransen en 23 procent van de Belgen. Slechts 6 procent van de Nederlanders schaamde zich voor het koloniale verleden. Link

Alles moet maar makkelijker

Eerst is er een noot. Dan komt er eentje bij, en gebeurt er iets: er ontstaat spanning, een klein drama, door de verhouding tussen die twee. De ruimte tussen de noten, is die te vangen in de vorm van data? Het is maar een van de vele vragen die Miriam Rasch, filosoof en literatuurwetenschapper, oppert in haar essayistische, avontuurlijke boek Frictie. Ethiek in tijden van dataïsme. 

Dataïsme is het heilige geloof dat alles, ja alles, het hele leven, onder te brengen is in data. En dat je daarmee het leven aanmerkelijk aangenamer kunt maken. Makkelijker. Beter. 

Rasch doet twee dingen in haar boek. Ze onderzoekt wat data eigenlijk zijn. Kloppen de pretenties van de dataïsten? Komt dat overeen met de werkelijkheid? En liggen ze alsof het dingen zijn zomaar voor het oprapen? Tevens zoekt ze naar manieren om eraan te ontsnappen. Mogelijkheden van verzet, van frictie. Een voorzichtig geformuleerde ethiek, hoe je je moet gedragen tegenover dat allesoverheersende gebruik van data.

Rasch hanteert een persoonlijke, literaire, hier en daar zelfs poëtische stijl. Zoekend, tastend, kwetsbaar. Dat moet ook wel, want ze is kritisch tegenover de universele pretenties van het dataïsme. Het gaat erom juist het individuele er onder vandaan te slepen. Ze koestert een grote liefde voor taal en literatuur, een van de sleutelwoorden in Frictie is ‘vertalen’. Haar vader was vertaler,

In feite gaat het hele gesprek over vrijheid en autonomie, zonder dat die woorden vallen. En het gaat over het enkelvoud van data, de pijn van het lichaam, de kunst als instrument om te de-automatiseren, ambiguïteit, metaforen en nog veel meer. Link

Mevrouw de Jager

„Gaaf hoor, deze vondst”, zegt Pamela L. Geller. „Maar dat die standaardarbeidsverdeling een verzinsel is dat teruggaat op de achttiende eeuw wisten we dertig jaar geleden ook al.” Antropoloog Geller, verbonden aan de Universiteit van Miami, publiceerde er in 2017 een lijvig boek over: The Bioarchaeology of Socio-Sexual Lives. „Het wetenschappelijke denken tijdens de Verlichting ging steeds sterker de nadruk leggen op de huiselijkheid van vrouwen. Ik denk weleens dat de uitvinding van het concept ‘zoogdier’ door de bioloog Lineaus in de achttiende eeuw ook een belangrijke factor was. Ineens was toen het zogen van kinderen een soort kerneigenschap van vrouwen geworden.”

In de patriarchale culturen van de Middeleeuwen en eerder bestonden ook allerlei vooroordelen tegen vrouwen, maar „in het rommelige en moeilijke leven van alledag gingen vrouwen natuurlijk wel gewoon buitenshuis werken, overleven stond voorop”, zegt Geller over een videoverbinding vanuit Miami. Er is geen biologische vanzelfsprekendheid, de arbeidsverdeling is bovenal cultureel bepaald. „Natuurlijk is het een biologisch feit dat alleen vrouwen zwanger kunnen worden, maar hoe vervolgens de zorg voor de kinderen wordt vormgegeven is een cultureel feit. Dat gebeurt in werkelijkheid op allerlei verschillende manieren. En trouwens: het is ook echt een fout om te denken dat iedere vrouw zwanger wordt.”

Graven van echte krijgers

In haar boek beschrijft Geller haar eigen analyse van negentiende-eeuwse indiaanse botten. Uit drie graven van echte krijgers kwamen schedels van vrouwen – iets wat in de negentiende eeuw helemaal niet werd opgemerkt. „Voor Samuel G. Morton [1799-1851, de arts die de indiaanse bottencollectie ooit samenstelde] zou het moeilijk, zo niet onmogelijk, zijn geweest om dit soort gendervariatie te begrijpen, omdat daar in zijn tijd helemaal geen plaats voor was”, schrijft ze. De maatschappelijke genderverhoudingen en arbeidsverdeling waren zo vanzelfsprekend dat afwijkingen niet eens werden opgemerkt. Link

Desinformatie-expert Nina Schick

De succesvolste desinformatiecampagne van 2020 was niet afkomstig van Russische trollen, antivaxers of QAnon-aanhangers. Ze kwam uit het Witte Huis, stelde desinformatie-expert Nina Schick (33) in de loop van het jaar met groeiende ongerustheid vast. In maart begonnen president Trump en zijn aanhang met het verspreiden van het verhaal dat de verkiezingen doorgestoken kaart waren. Hoewel er tot nu toe geen bewijs voor is gevonden, wist Trump ruim 70 procent van de Republikeinen te overtuigen dat er grootschalige verkiezingsfraude is gepleegd.

We stevenen af op een ‘infocalyps’, zegt Schick, een samenleving waarin desinformatie en misinformatie welig kunnen tieren en bevolkingsgroepen uit elkaar drijven. Schick was politiek adviseur voor de Britse regering over de Brexit en de immigratiecrisis. Ook werkte ze voor de verkiezingscampagne van de Franse president Emmanuel Macron. Tegenwoordig is ze schrijver en onafhankelijk politiek commentator voor onder meer de BBC, CNN en Al Jazeera. In de aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen verscheen haar boek Deepfakes and the Infocalypse – What You Urgently Need to Know. Link

Populisme

Thomas Frank heeft het weer gedaan: een eigenhandig gefabriceerde bom gelegd onder het zelfgenoegzame zelfbeeld van de liberale, technocratische elite. Als een eigentijdse Julien Benda, de Franse auteur van de veel geciteerde maar weinig gelezen klassieker Het verraad van de klerken, heeft Frank er zijn levenswerk van gemaakt te achterhalen hoe, waarom en wanneer de partijen die ooit zeiden op te komen voor de vernederden en gekrenkten (laten we ze ‘linkse’ partijen noemen) zich van hen hebben afgewend en partijen van, voor en door hoger opgeleiden en beter gesitueerden zijn geworden. Het klassenverraad van de hoger opgeleiden – dat is het centrale thema van het werk van de historicus Frank.

In 2004 deed hij dat in What’s the Matter with Kansas door naar de kiezer te kijken. Waarom hadden laag- en middenopgeleide arbeiders zich afgewend van de Democratische Partij, die van oudsher hun belangen behartigde, en zich bekend tot de werkgeverspartij bij uitstek, de Republikeinse Partij? In 2011 richtte hij zijn vizier op Wall Street en Silicon Valley, waar de Democratische Partij de Republikeinse Partij had vervangen als de miljardairspartij bij uitstek. Wat verklaarde die liefdesverklaring aan het adres van de miljardairs van Wall Street en Silicon Valley door het establishment van de Democraten? Het antwoord schreef hij op in Pity the Billionaire: voor academisch geschoolden is het gemakkelijker om medelijden te hebben met miljardairs dan met laaggeschoolden, ook al hebben die laatsten het harder nodig.

In Listen Liberal! (2016) reconstrueerde Frank hoe de Democratische Partij haar arbeidsethos verloor en vanaf het einde van de jaren zestig werd gegijzeld door de eerste babyboomers die van de naoorlogse massa-universiteiten kwamen en de partij langzaam transformeerden in een partij voor professionals – ‘linkse brahmanen’ volgens de Franse historicus Thomas Piketty. Link

De wereld wandelaars

De schatbewaarders, noemt historicus Wim Willems hen: twee verre familieleden die hem op een dag vertellen over een scheepskoffer op zolder. In die koffer zijn documenten – dagboeken, foto’s, brieven – bewaard over een geschiedenis die te krankzinnig is om waar te zijn, maar dat tóch is. De geschiedenis van de wereldwandelaars.

Op 16 juli 1911 vertrekken Frans van der Hoorn, Bram Mossel en Gerard Perfors, amper twintig jaar, vanaf de Dam in Amsterdam voor een voetreis om de aarde. Wie vandaag aan zo’n onderneming zou beginnen, zou zich grondig voorbereiden. Maar dat zijn deze jongens niet. Ze hebben nauwelijks getraind, ze hebben geen geld gespaard. Onderweg hopen ze in hun levensonderhoud te voorzien met het verkopen van portretkaarten. Ze hebben opvallende kleren aan: een vilten hoed, een zwartfluwelen jasje en een groene sjerp met daarop het woord wereldwandelaar. Aan hun voeten: sandalen.

Een buitenlandse reis maken, dat was niet iets wat jongeren uit hun milieu een eeuw geleden deden. Alle drie zijn ze van eenvoudige komaf. Thuis reikt de ambitie ‘niet verder dan het leven van een handarbeider’. Wat bracht hen tot deze gedurfde daad, vraagt Willems zich af.

Onderwijs hebben ze nauwelijks genoten. En om het allemaal nog wat onwaarschijnlijker te maken: Frans en Bram maken pas kort voor de reis kennis. Hechte vrienden zijn ze dan ook niet.

Wat ze wel gemeenschappelijk hebben is een flinke dosis idealisme, opgedaan bij socialistische verenigingen voor jongeren. In Den Haag gaan Gerard en Frans naar bijeenkomsten van de club Nieuw Leven, waar ze Herman Gorter en Henriette Roland Holst horen spreken. Frans maakt zich het Esperanto eigen. In Amsterdam groeit Bram op in een Joods gezin, maar ‘hij voelde zich meer socialist dan Joods’. Alle drie zijn ze vegetariër, geheelonthouder en pacifist. Link

5 Hardnekkige misverstanden rond het klimaat

Energie-expert Sanne de Boer schreef een boek over de klimaattransitie. Daarin wil ze hardnekkige misverstanden de wereld uit helpen. We bespreken vijf veelgehoorde vergissingen.

Wie met Sanne de Boer in gesprek gaat moet op zijn woorden letten. Niet dat ze nors uit de hoek komt, integendeel, deze energie-expert is monter van aard. Tegelijk is ze punctueel en kritisch . Haar haren gaan recht overeind staan, wanneer ze iemand hoort beweren dat Nederland ‘als braafste jongetje van de klas van het gas af wil’, of als iemand claimt dat thoriumcentrales het klimaat gaan redden. “Met simpele stokpaardjes of desinformatie komen we niet vooruit in de klimaattransitie”, zegt De Boer. “En dat moet!”, roept ze uit tijdens het interview in een café in Utrecht. Daarom schreef ze ‘De energietransitie uitgelegd’, haar eerste boek. Ze wil mensen aanzetten tot zowel denken als tot actie, door inzichten te bieden en misverstanden weg te nemen. Link

De bagage

In een samenleving die geen woorden kent voor ‘ik hou van jou’, overheersen frustratie en onderdrukt verlangen. Over zo’n gespannen wereld gaat De bagage, de nieuwe roman van de Oostenrijkse schrijfster Monika Helfer (1947).

Het boek, dat dit jaar op de shortlist van de Österreichische Buchpreis staat, speelt zich af in een boerendorp tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het dagelijks bestaan draait er vooral om eten en overleven. Liefde en plezier zijn iets voor in de grote stad. Zo is het al eeuwen. Vandaar dat het lokale dialect geen woorden kent voor ‘houden van’. De taal is er zo koud als de strenge winters.

Helfer is een geweldige schrijver, die met weinig woorden verborgen leed en ingehouden emoties beklemmend weet uit te drukken. In dat opzicht lijkt ze op haar in oktober overleden landgenote Lida Winiewicz, die het boerenleven in haar roman Vragen deed je niet even aangrijpend neerzette.

De hoofdpersonen in De bagage zijn de leden van een arm boerengezin dat aan de voet van de berg woont. Ze worden ‘de bagage’ genoemd, omdat de vader en grootvader van de man des huizes, Josef, lastdragers waren.

De knappe, intelligente, maar norse Josef is getrouwd met de mooie Maria. Iedere man in het dorp begeert haar heimelijk. Maar ze is van Josef en dat weten ze, want in hun archaïsche wereld behoort een vrouw nu eenmaal haar man toe.

Aan het begin van het boek is de oorlog net achter de rug. Josef en Maria hebben vijf kinderen, drie zoons en twee dochters. De jongste, de peuter Grete, wordt door haar vader genegeerd, omdat hij, zonder dat uit te spreken, vermoedt dat Maria hem bedrogen heeft terwijl hij aan het front vocht. Het gif is daarmee meteen gezaaid. Link

Scroll to Top