Boek

Sayragul Sauytbay

‘De hele wereld moet weten wat er in de kampen gebeurt en wat de partij nog allemaal van plan is.’ In de Chinese provincie Xinjiang staan honderden gevangenissen en strafkampen. Ze zijn gebouwd om Oeigoeren en Kazachen op te sluiten en hen te beroven van hun identiteit en hun geloof. De omstandigheden zijn er onmenselijk: hersenspoeling, foltering, verkrachting en gedwongen inname van medicatie zijn aan de orde van de dag. De etnisch Kazachse arts Sayragul Sauytbay groeide op in Xinjiang. Jarenlang stond ze aan het hoofd van verschillende kleuterscholen, totdat ze op een dag aan de beurt was en in een strafkamp verdween. >>>

Kader Abdolah

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft? 
Elk boek brengt je wel iets bij. Boeken lezen is heel essentieel voor het menszijn. Door boeken kom je dichter bij jezelf. Ze leiden je als het ware naar jezelf.  Je persoonlijkheid ligt in stukjes verspreid over alle boeken en je moet jezelf vinden door meer te lezen. Door dieper te graven. Zo kom je telkens nieuwe stukjes van jezelf tegen. >>>

Bloed en honing

“Als ze dan ook nog het huidige gevaar van de ultranationalisten in Servië en Macedonië benadrukken, die een muur tussen de verschillende bevolkingsgroepen willen optrekken, besef je dat iedereen dit boek zou moeten lezen. Ook als je niet wilt dat de EU, die steeds meer door een vergelijkbaar ultranationalisme wordt ontregeld, hetzelfde zal meemaken als Joegoslavië in de jaren negentig.

Bloed en honing is journalistieke geschiedschrijving van een hoog niveau over gewone mensen die hun land niet opnieuw te gronde willen zien gaan door het onverantwoordelijke handelen van hun corrupte leiders. Zolang de EU de deur gesloten houdt, is dat nostalgische terugverlangen naar het Joegoslavië van Tito dan ook niet zo vreemd.” >>>

Nescio

Zeven kartonnen dozen met manuscripten en andere papieren die de schrijver Nescio (1882-1961) had nagelaten. Ze stonden in het toenmalige Letterkundig Museum in Den Haag en Lieneke Frerichs kreeg de opdracht om een inventarisatie te maken. „Zo is het begonnen”, zegt ze. Het was 1978 en ze was net (cum laude) afgestudeerd als neerlandica. Ze was eerder bibliothecaresse geweest, wat haar een reputatie van ‘grote nauwkeurigheid’ gaf, en ze viel in de smaak bij Nescio’s erfgenamen – vandaar. Later promoveerde ze op de ontstaansgeschiedenis van De uitvreter, Nescio’s eerste novelle, uit 1911, over Japi die een volmaakte bohémien wil worden en ten slotte van de spoorbrug over de Waal bij Nijmegen stapt. Ze bezorgde in 1996 het Verzameld Werk. En nu is de biografie verschenen: Nescio, leven en werk van J.H.F. Grönloh. >>>

Hannah Arendt

Hannah Arendt stierf op een donderdagavond in 1975. Ze was toen een van de beroemdste denkers ter wereld. Na de Tweede Wereldoorlog maakte ze furore in de Verenigde Staten, waar ze zich na vele omzwervingen vestigde, aan 370 Riverside Drive op Manhattan, op de vlucht voor nationaal-socialisten. Daar zette zij haar werk voort, ze schreef boeken en artikelen over totalitaire regimes, democratie en revoluties. Ze gaf les en was politiek filosoof. >>>

Een blik in de ruimte

‘Het doet iets met je’, zei de Amerikaanse astronaut Edgar Mitchell toen hij in 1971 terugkwam van zijn reis met de Apollo 14. Er was hem daarboven iets groots overkomen, een overweldigend besef van de verwevenheid van al het leven en een intense afkeer van de manier waarop wij met dat leven omgaan.

Vanaf het begin van de bemenste ruimtevaart in de jaren zestig komen mensen terug van hun missie met het gevoel ‘daarboven’ iets te hebben meegemaakt wat wij hier beneden nodig hebben. Dat ‘iets’ omschrijven ze als verpletterende liefde, als ontzag, of overweldiging. Een enkeling noemt het ‘God’ en sommigen blijven hun hele leven zoeken naar de juiste woorden.

In de jaren tachtig legde de Amerikaanse schrijver Frank White de verklaringen van een grote groep astronauten naast elkaar en zag de overlap. Kern van alle getuigenissen is volgens hem een bewustzijnsverandering bij de aanblik van de aarde. De term ‘overzichtseffect’

We zijn verdwaald in de kosmos

Tussen de werkelijkheid die we dagelijks ervaren, schrijft Plets, de nanorealiteit van het allerkleinste en de kosmos, gaapt een ongekend gat. “Op de schaal van de kosmos gedraagt de natuur zich anders dan wij met onze vijf zintuigen en op onze schaal gewend zijn. Zowel massa als beweging vervormt de kneedbare ruimte en tijd, die je moet samenvoegen tot een ruimtetijd. Er bestaat geen absolute ruimte, geen absolute klok. Je kan van twee gebeurtenissen in de ruimtetijd niet objectief nagaan of ze gelijktijdig plaatsvinden.” >>>

Groei en de fatale logica daarvan

In november 2019 presenteerde Elon Musk de Cybertruck, het nieuwste model in zijn stal van elektrische auto’s. Deze is gemaakt van ‘ultrahard, koudgewalst, roestvast staal’ en ‘Tesla-pantserglas’. Bij Maja Göpel viel de mond open, niet uit ontzag voor het acceleratievermogen van de 1.700 kilo zware truck, maar uit afschuw. Waartoe dient zo’n enorme wagen, waarvan er toen ze haar boek schreef al tweehonderdvijftigduizend besteld waren?

Volgens Göpel is de truck een voorbeeld van de ontwikkeling dat technologische verbeteringen en maatschappelijke vooruitgang niet meer hand in hand gaan. Technisch gezien mag de Cybertruck beter zijn dan zijn voorgangers, maar in feite is het een verslindend en overbodig Mad-Max-achtig monster. De truck lost geen problemen op, maar maakt die alleen maar groter.

In Onze wereld nieuw denken geeft politiek econoom Göpel een indringende analyse van een reeks problemen, van klimaatverandering tot ongelijkheid, en geeft ze adviezen voor een andere benadering. ‘Al onze moderne utopieën lijken te ontaarden in dystopische visioenen’, schrijft ze. Technologie produceert Cybertrucks en dataslurpende reuzen. Liberalisme is een systeem geworden waarin bezit zonder verantwoordelijkheid de regel is. En vooruitgang houdt in: ‘veroveren en uitbuiten, expanderen en extraheren.’ Economische groei, nog zo’n fraaie belofte uit het verleden, staat nu gelijk aan klimaatverandering. ‘Dat is de fatale logica van onze beschaving.’ >>>

Een nieuw tijdperk

Met deze aarde gaat het inmiddels niet zo goed en wie de aanhoudende stroom boeken beziet over wat ons te wachten staat bekruipt het desolate gevoel van Kubricks sciencefiction: dat we niet meer terug kunnen. Het is de gedachte van het Antropoceen: de mens heeft het klimaat en de leefomstandigheden op deze planeet zodanig verziekt dat een nieuw tijdperk is aangebroken. Een toekomstig geoloog zal bovenop de afzettingen van het holoceen een aardlaag vinden met daarin de sinistere resten van een menselijke beschaving die het niet heeft gered. >>>

Gronings goud

Op 29 maart 2018 staat voor de camera van Nieuwsuur staat de minister van economische zaken. Zijn zwarte stift piept over het papier van de flip-over. Met een paar steekwoorden en getalletjes legt Eric Wiebes aan Nederland uit hoe hij de gaskraan dicht zal draaien. Er zijn weken van intensief overleg met zijn collega’s in het kabinet aan voorafgegaan. Hij heeft hen ervan moeten overtuigen dat het geen doen meer is. De wijze waarop opeenvolgende kabinetten met de veiligheid van de Groningers hebben gesold, is ontluisterend. Het Groningse vertrouwen is zwaar geschonden. >>>

Lale Gül

Het is heel erg hypocriet als je jezelf wel als slachtoffer ziet van ongelijkheid, maar je geen solidariteit kunt opbrengen voor een vrouw die met ongelijkheid te maken heeft en het is nogal ironisch dat de reacties uit de Turks-islamitische gemeenschap het verhaal van Lale Gül grotendeels bevestigen. >>>

Interview met Lale: over de onvrijheden van Turks-Nederlandse vrouwen | Buitenhof >>>

Meister Eckhart

In de middeleeuwse literatuur werd Eckhart -1260-1328- wel als een ware duivel neergezet, ook door Nederlandse schrijvers. Pas in latere tijden begon hij tot de verbeelding te spreken. Filosofen als Schopenhauer en Heidegger zagen in hem een inspirator. Vooral in de twintigste-eeuwse Nederlandse literatuur keert hij vaak terug, zo laat Jaap Goedegebuure in deze bundel zien. De dichter Paul van Ostaijen voelde zich verwant aan de mysticus Eckhart. Zijn weg van ontlediging vormde een aanknopingspunt voor Van Ostaijens eigen zoektocht naar zuivere lyriek. Ook Simon Vestdijk was gefascineerd door hem, zo blijkt uit de roman Het proces van Meester Eckhart. >>> Eckhart in vijf begrippen. >>> Leven zonder waarom. >>>

Het neoliberalisme leidt tot een stuurloze samenleving

Iemand die door omstandigheden gedwongen wordt om in die mooie, creatieve ruimte van haar te verblijven wordt namelijk als dat lang genoeg voortduurt hartstikke gestoord. Iedere therapeut weet: creativiteit en reflectie hebben zeer duistere schaduwzijden in de vorm van waandenken en obsessies. Misschien moet je zeggen: het kunnen genieten van je eenzaamheid is een voorrecht, een privilege. Slobs boek is een prachtige ode aan het alleen-zijn, maar het geeft ons niet het nodige gereedschap om na te denken over de vervreemding die hoort bij eenzaamheid.

Noreena Hertz geeft ons dat gereedschap. Zij is als hoogleraar economie verbonden aan University College London. In haar De eenzame eeuw wijst zij naar de structurele veranderingen die hebben geleid tot onze vereenzamende samenlevingen. Hertz benadert het onderwerp door een veelzijdige bril. Ik weet niet precies hoe je haar boek zou moeten classificeren: historisch-sociologisch-filosofisch? Interdisciplinair, in elk geval. >>>

Machiavelli geloofde dat het in de sterren geschreven stond

De reputatie van Niccolò Machiavelli (1469-1527) is niet best. Zo verwijst een Engelse uitdrukking voor de duivel, the old Nick, naar zijn voornaam. En de verlichte koning Frederik de Grote bekritiseerde in zijn Der Antimachiavel (1740) het pleidooi voor een rücksichtsloze machtspolitiek, al wist hij zich er zelf, eenmaal op de troon, toch vrij goed van te bedienen.

Een aanhoudende stroom publicaties over Machiavelli probeert het beeld van een amoreel en zelfs cynisch politiek denker te weerleggen, in een stoet van historici en filosofen die al met Spinoza, Hume en Rousseau begint. Tinneke Beeckmans toegankelijk geschreven boek over Machiavelli is geen uitzondering op deze traditie.

In samenspraak met filosofen als Hannah Arendt zet ze uiteen hoe belangrijk de gedachte is dat geschillen in het politieke domein worden uitgevochten. Pas als dit domein vorm krijgt is het mogelijk om de onvermijdelijke conflicten tussen volk en elite met praten en onderhandelen te beslechten in plaats van elkaar fysiek te lijf te gaan.

Verder wil Beeckman met allerhande voorbeelden laten zien hoe actueel Machiavelli’s republikeinse idee van vrijheid is en hoeveel we nog kunnen leren van zijn opvattingen over noodzaak en deugd (virtù). Even achteloos als associatief springt ze van de Belgische of Amerikaanse politiek naar de Italiaanse Renaissance en weer terug naar Churchill, hedendaags populisme, House of Cards, Hitler, de bankencrisis van 2008, George Orwell en de gefnuikte dividendbelasting. >>>

Alles draait maar om identiteit

Joden zijn te veel met het verleden bezig, vooral met de Sjoa, zegt A.B. Yehoshua halverwege ons gesprek over zijn nieuwe roman. Behalve over iemand met geheugenverlies, gaat die tussen de regels door ook over de toekomst van zijn land. Vandaar dat verleden, die eindeloze put vol herinneringen.

„Herinneringen vormen de basis van de Joodse identiteit”, vervolgt hij. Dat komt doordat we lange tijd geen gemeenschappelijk land, gedeelde taal of gezamenlijke structuren hadden. Toch moeten we er een beetje vanaf, want die herinneringen zijn gevaarlijk geworden. We kunnen ons beter richten op de toekomst, die vol nieuwe uitdagingen zit. Zie alleen al de gemeenschappelijke bestrijding van de corona-pandemie.

Sinds zijn vrienden Amos Oz en Aharon Appelfeld twee jaar geleden zijn overleden, is de 84-jarige A.B. Yehoshua de laatste grote Israëlische schrijver van zijn generatie. Al jaren is hij een serieuze kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur. Ter gelegenheid van de vertaling van zijn twaalfde roman, De tunnel, spreek ik hem via Zoom in zijn appartement op de 31ste verdieping van een woontoren in het centrum van Tel Aviv.

De tunnel is het verhaal van een gepensioneerde ingenieur van het ministerie van Wegenbouw, Zvi Luria, die op een dag te horen krijgt dat hij beginnende dementie heeft. Zijn vrouw Dina, met wie hij al een halve eeuw gelukkig is, moedigt hem ondanks die diagnose aan zijn brein te blijven activeren. Ze koppelt hem daarom aan een jonge ingenieur van zijn vroegere afdeling, die in de Negev-woestijn een militaire weg ontwerpt. Het traject loopt dwars over een heuvel waar zich een van de Westelijke Jordaanoever gevluchte Palestijnse onderwijzer met zijn volwassen zoon en dochter schuilhoudt. Zvi raakt betrokken bij hun lot en komt met het idee om een tunnel onder die heuvel te bouwen, zodat de drie Palestijnen er kunnen blijven wonen. Terwijl hij zich vroeger nooit voor de levens van zijn ondergeschikten interesseerde, wordt hij ineens een empathisch mens. >>>

De stad is een grandioze uitvinding

In veertien stadsgeschiedenissen – van het Mesopotamische Uruk tot het Nigeriaanse Lagos – snijdt de Britse historicus Ben Wilson veel thema’s aan, zoals badcultuur, prostitutie, horeca, maar bovenal de stedeling.

Toen de Russische oorlogscorrespondent Vasili Grossman op 17 januari 1945 met het Rode Leger aankwam in Warschau moest hij een flink stuk klimmen. ‘Voor het eerst in mijn leven’, zei hij ‘ben ik via een brandladder een stad binnengekomen’. De nazi’s hadden de Poolse hoofdstad vrijwel met de grond gelijk gemaakt. Voor de oorlog al hadden ze plannen om van Warschau een modelstad te maken voor 130.000 arische Duitsers, met ‘middeleeuwse’ houtskeletbouwhuizen en smalle straatjes in een uitgestrekt parklandschap. Nadat de inwoners op 1 augustus 1944 in opstand kwamen, besloten de nazi’s Warschau inderdaad van de kaart te vegen. In januari 1945 was 93 procent van de stad verdwenen. Ook Duitse steden hadden het zwaar te verduren in de Tweede Wereldoorlog – de Britse luchtmaarschalk Arthur Harris geloofde dat hij het moreel van de burgerbevolking kon breken middels tapijtbombardementen. Hamburg werd voor 61 procent verwoest. Maar de stad krabbelde al snel weer op. ‘Het apocalyptische stadslandschap van Hamburg was voor verkenningsvliegtuigen duidelijk waarneembaar, maar op de grond heerste er in de stad, ongezien, een grote bedrijvigheid’, schrijft de Britse historicus Ben Wilson in Metropolis. >>>

Populisten leiden altijd naar de ondergang

Van de filosoof Hegel is de uitspraak dat de gelukkigste momenten uit de geschiedenis van een volk als lege bladzijden moeten worden beschouwd. De verteller in de roman De reparatie van de wereld van de Kroatische schrijver Slobodan Šnajder (Zagreb, 1948) haalt die woorden aan omdat zijn volk vele gevulde bladzijden kent. Hij woont nu eenmaal in een deel van Europa waar de geschiedenis regelmatig ‘woest tekeer’ gaat. ‘Hier’, merkt hij op, ‘in dit NU, kookte de geschiedenis, en zelfs de kersenbomen in de tuinen aan de rand van de stad kwamen niet zelfstandig in bloei, maar probeerden die af te stemmen op de nieuwe opbloei van het volk.’

In zijn nawoord benadrukt Šnajder die continuïteit nog eens door te beweren dat zijn in 2015 gepubliceerde roman niet af te ronden is, omdat de twintigste eeuw nog lang niet voorbij is. Want hoewel zijn meeste personages aan het einde van zijn boek dood zijn, is alles waar ze voor staan zeer relevant voor de wereld van nu. Zo besef je door De reparatie van de wereld eens te meer waarom begrippen als ‘volk’ en ‘identiteit’ alleen maar ellende veroorzaken als ze van boven worden opgelegd. Maar ook hoe hardnekkig complottheorieën kunnen zijn en hoe groot de aantrekkingskracht van populistische politici is. Die laatsten noemt Šnajder moderne rattenvangers van Hamelen, die hun volgelingen de dood in jagen. >>>

Wilders en Baudet, het stabiele genie volgens Tommy, wakkeren, zoals populisten betaamt het vuur aan >>>

Waarom complotdenkers dit boek zouden moeten lezen

Het is altijd gevaarlijk om lessen te trekken uit de geschiedenis. Toch zou je wensen dat alle aanhangers van complottheorieën Het nazisme en complottheorieën van de Britse historicus Richard J. Evans lezen. Zou iemand daarna nog durven beweren dat bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen ‘de grootste verkiezingsfraude ooit’ is gepleegd? Of dat Bill Gates mensen middels het corona-vaccin wil injecteren met een surveillance-chip?

Misschien doet het iemand twijfelen. Maar de geschiedenis stemt nederig: aanhangers van complottheorieën lieten zich in het verleden niet gemakkelijk overtuigen van hun ongelijk.

Neem De Protocollen van de wijzen van Zion, een van de complottheorieën die Evans ontleedt. De Protocollen zouden een verslag zijn van besprekingen die werden gehouden tijdens het Eerste Zionistische Congres in Bazel in 1897 – een congres dat daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Maar de tekst is fictie. Beschreven wordt hoe de Joden door samenzwering de wereld in hun macht willen krijgen: ‘De niet-Joden zijn schapen en wij, de Joden, zijn de wolven. We hebben de morele orde ondermijnd door de verspreiding van immorele publicaties. Op het afgesproken tijdstip zullen we over de hele wereld in opstand komen en zonder mededogen iedereen doden die ons voor de voeten loopt.’

De Protocollen zijn vermoedelijk aan het begin van de twintigste eeuw samengesteld in het zuiden van Rusland – de auteur is onbekend. Het is ‘een haastig in elkaar geflanst allegaartje van Franse en Russische bronnen’, schrijft Evans. Sommige delen zijn ouder. In 1921 bericht The Times dat De Protocollen grotendeels plagiaat zijn: ze zijn gebaseerd op een boek uit 1864, een reeks denkbeeldige dialogen tussen Montesquieu en Machiavelli.

Niettemin wisten de nazi’s er wel raad mee. Hitler verwees er naar in Mein Kampf en in toespraken. Toen er in 1924 in Duitsland nieuwe beschuldigingen opdoken dat De Protocollen een vervalsing waren, toonde hij de wendbaarheid van de ware complotdenker: het verhaal dat het een vervalsing betrof was in de wereld geholpen door… de Joden! ‘Maar dat is nu juist het overtuigendste bewijs dat hij authentiek is.’ >>>

Brussel wordt De Plek

Volgens de Amerikaanse hoogleraar Vivien Schmidt zag het er lang slecht uit voor de Europese Unie, tot het coronavirus het leiderschap afdwong dat Europa nodig had. ‘De maatregelen suggereren een verdieping van de Europese integratie in een positieve richting.’

Het liefst zou de Amerikaanse hoogleraar Vivien Schmidt (71) direct beginnen over Covid-19 en de omslag die deze pandemie heeft veroorzaakt. Het maakt haar voor het eerst in jaren weer optimistisch over Europa. De eurocrisis in 2010 rond Griekenland was volgens haar een ramp, waarbij de economische problemen van de eurozone niet werden opgelost, terwijl het alleen maar erger werd tijdens de migratiecrisis in 2015. Maar de coronacrisis lijkt, na een aanvankelijke aarzeling, een grote ommekeer. ‘Covid-19 geeft ons een idee van waar de EU in de toekomst naartoe zou kunnen gaan.’

Schmidt doet al haar hele leven onderzoek naar de EU, en dan vooral naar wat de meeste mensen saai vinden aan Brussel: de institutionele, economische en politiek-theoretische kant ervan. En dat doet ze met tomeloze energie en gedrevenheid. ‘Briljant’ wordt ze door collega’s genoemd. Haar cv is zo lang dat het een aantal A4’tjes beslaat en zelfs een verkorte versie van de functies die ze op dit moment bekleedt past nauwelijks in één alinea. Een greep: ze is Jean Monnet-hoogleraar Europese integratie, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Frederick S. Pardee School of Global Studies, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Boston, waar ze ook oprichter en directeur is van het Centrum voor Europese studies, gasthoogleraar aan de Copenhagen Business School en ereprofessor aan de afdeling politieke wetenschappen van de Luiss Guido Carli Universiteit in Rome. Daarnaast zit ze in een aantal adviesraden, waaronder het Wissenschaftszentrum Berlin, en adviseert ze regelmatig de Europese Commissie en het Europees Parlement.

Én afgelopen jaar verscheen haar nieuwste boek, Europe’s Crisis of Legitimacy: Governing by Rules and Ruling by Numbers in the Eurozone. Haar boek Democracy in Europe uit 2006 is vijf jaar geleden door het Europees Parlement gekozen tot een van de ‘100 boeken over Europa om te onthouden’. Het is een wonder dat Vivien Schmidt niet veel bekender is. Zij is de uitgelezen persoon om het ‘eerlijke’ verhaal over Europa te vertellen; over waar het misging en waarom ze nu weer een beetje optimistisch is. >>>

Belangrijkste boek van 2020

Het corona-jaar 2020 heeft ieders leven drastisch verstoord. Alles is ineens anders geworden. Veroordeeld tot een thuisbestaan tussen vier muren, op veilige afstand van bejaarde ouders, vrienden en collega’s, boden boeken daarentegen meer troost dan ooit. Vooral omdat ze je in staat stelden om even aan de rauwe werkelijkheid te ontsnappen. Je zag het in de boekhandel. Eerst waren er klassieke pandemieromans, zoals De pest van Albert Camus of De stad der blinden van José Saramago, die herdruk na herdruk beleefden. Maar aangezien velen zich door zulke beklemmende verhalen nog opgeslotener voelden dan eerst, kozen ze algauw voor andere fictie en non-fictie, zoals geschiedenisboeken over Nederlands-Indië.

Het zou me niet verbazen als er in 2020 meer gelezen is dan in de afgelopen jaren bij elkaar, ook al merk je dat niet meteen aan de omzet van de boekhandel, die in corona-tijden meer dan ooit te lijden heeft onder de concurrentie van online-boekenbesteldienst bol.com.

Om die redenen is het onbegrijpelijk dat juist nu het kabinet boekhandels niet als essentiële winkels beschouwt en ze op zijn minst een afhaalloket gunt. Dat boeken balsem voor de door corona gekwelde ziel zijn is blijkbaar nog altijd niet doorgedrongen tot het Binnenhof. Om iedereen daar nog eens extra op te wijzen vroeg de boekenredactie van NRC aan twintig schrijvers, die het afgelopen jaar zelf een boek publiceerden, welk boek voor hen in 2020 belangrijk is geweest. Net als in voorgaande jaren leverde het verrassende titels op, van romans tot wetenschapsboeken, van politieke non-fictie tot psychologische studies. >>> … de beste boeken >>>

Groei als wonderolie

Met statistieken bestrijdt Hickel het hardnekkige idee dat bbp-groei een voorwaarde is voor een gelukkige bevolking. Het beste tegenbewijs is misschien wel de VS, waar presidenten pronkten met groeicijfers, maar waar ondertussen de infrastructuur afbrokkelde, de levensverwachting daalde en de armoedecijfers stegen. ‘Armere’ landen zoals Finland, Polen en Estland scoren beter op de onderwijsranglijsten. ‘Voorbij een bepaald punt, dat landen met een hoog inkomen allang gepasseerd zijn, draagt meer bbp weinig tot niets bij aan menselijke voorspoed’, schrijft Hickel. Hoeveel geld een land heeft maakt veel minder uit dan hoe een land dat geld besteedt. En investeringen in publieke diensten, zoals gezondheidszorg, onderwijs en openbaar vervoer, leveren een hoog geluksrendement op. Link

Deze boeken konden we niet wegleggen

De cafés zijn dicht, de dagen zijn kort, de avonden lang. Alle tijd van de wereld dus om te lezen. Deze veertien boeken -romans en non-fictie- kunnen onze redacteuren je van harte aanbevelen; deze boeken konden we in 2020 niet wegleggen. Link

Het Feest

Er was eens een prinses die niets bijzonders kon. „Net als ik, vond ik vroeger”, lacht Elizabeth Day (1978). De bestsellerauteur uit Londen weet veel van onzekerheid en schaamte. Haar podcast How To Fail heeft intussen vijf miljoen downloads, het eruit voortgekomen boek werd een bestseller, net als haar voorlaatste roman Het feest (The Party).

The Ordinary Princess van M.M. Kaye was het boek dat ik als kind koesterde. Iedereen kon toveren, behalve die prinses. Zij was anders, schoot tekort. Ik begreep precies hoe zij zich voelde. Zo begint het schrijverschap, denk ik: te weten dat je afwijkt, en van daaruit aan het fabuleren slaan. Waren mijn ouders ruimtewezens? Zo ja, wat waren hun plannen met mij, het normale mensenkind?”

Met een goedkeurend hummetje neemt Elizabeth Day een hap van een koekje in de lobby van het Ambassade Hotel in Amsterdam. Haar faalverhaal is onlangs uitgebracht onder de titel Durf te falen. In dit non-fictiedebuut zet ze uiteen wat ze opstak van pech die haar overkwam. Day is intussen erg succesvol. En eloquent, spitsvondig en opvallend knap om te zien bovendien, maar voelt zich, zegt ze desgevraagd, nog steeds wel eens een oelewapper.

„Het gevoel er niet bij te horen, niet mee te kunnen komen, niets voor te stellen, zit nu eenmaal diep. Ik weet dat ik altijd privileges heb gekend, ik ben wit, ik heb liefhebbende ouders, een goede opleiding en toch… De basisonzekerheid is ontstaan toen ik als Engels kind terechtkwam in Noord-Ierland. Door mijn accent viel ik op; het accent van de vijand, volgens velen. Het was er op straat onveilig.

„Behalve over de gewone prinses las ik graag over de Tweede Wereldoorlog. Ik wilde meer weten van conflict, van wat mensen elkaar in het meest extreme geval aan kunnen doen. Later, als student in Cambridge, had ik, anders dan de meeste anderen, een beurs. Ik ben geen sociopaat zoals Martin, maar ik begrijp hem wel, zijn gevoelens als buitenstaander.” Link

De grimmige toekomst

In zijn boek Zes graden, over ‘onze toekomst op een warmere planeet’, beschreef de Britse klimaatjournalist Mark Lynas in 2008 een apocalyptische scène in Houston. Het is 2045 en de aarde is drie graden opgewarmd. Superorkaan Odessa nadert de kust van Texas. Terwijl sommigen nog koortsachtig hun ramen dichttimmeren, ontvluchten de meeste inwoners in paniek de stad. En dat is maar goed ook. Want korte tijd later beuken windvlagen met snelheden van een paar honderd kilometer per uur in op de gebouwen. Het ergste moet dan nog komen, hoosbuien die in combinatie met de stormvloed grote delen van de stad onder water zetten.

Twaalf jaar later heeft Lynas een tweede versie van zijn boek geschreven – het is geen herziene uitgave, maar een compleet nieuw boek. Daarin erkent hij, dat hij zich in 2008 heeft vergist. Drie graden opwarming zal niet in 2045 zijn bereikt, maar het denkbeeldige scenario in Houston heeft zich in augustus 2017 met de orkaan Harvey al daadwerkelijk voorgedaan. In een wereld die net één graad warmer is dan vóór de Industriële Revolutie.

Het voorbeeld laat zien waarom het goed is dat Lynas zijn boek heeft herschreven. Het concept is hetzelfde gebleven. Net als de vorige keer vertelt hij op basis van de recentste wetenschappelijke literatuur in zes hoofdstukken hoe de aarde eruit zou kunnen zien bij een opwarming van één, twee, drie, enzovoort graden. In iets meer dan een decennium blijkt er zoveel te zijn veranderd, en ook zoveel kennis bijgekomen, dat een beetje lapwerk of een extra hoofdstuk onvoldoende zou zijn geweest.

De mensheid is nu een wereld binnengetreden die in 2008 nog in het verschiet lag. Destijds bedroeg de opwarming ongeveer 0,8 graden. Inmiddels zijn we aangekomen in het eerste hoofdstuk. Eén graad is gepasseerd en we zijn hard op weg naar de twee graden. Link

“Ons Indië”, een hard oordeel

David Van Reybrouck is schrijver van een zeldzame soort. Behalve non-fictie schreef hij theatermonologen, zoals Para, over een Belgische blauwhelm in Somalië (acteur Bruno Vanden Broecke kreeg er een Louis d’Or voor). En hij is een belangrijke stem in het maatschappelijke debat in België. Onvermoeibaar pleit hij voor zogeheten burgerpanels: door loting samengestelde groepen burgers die bij de politieke besluitvorming worden betrokken – een idee dat inmiddels navolging heeft gekregen in de Duitstalige gemeenschap in België, het Brussels Gewest en het Waals parlement.

Aan Revolusi werkte hij vijf jaar. Het is een bijzonder boek: ruim van opzet, voor een breed publiek geschreven, gebaseerd op ooggetuigen die vaak nog nooit gehoord zijn. Het beslaat drie eeuwen, maar de nadruk ligt op de periode 1920-1950, de tijd van onafhankelijkheidsstrijd en dekolonisatie.

Het is een geschiedenis van geweld. Strafexpeditie naar het eiland Banda in 1621: tien- à vijftienduizend doden. Aanleg van de Grote Postweg op Java begin negentiende eeuw: twaalfduizend dode dwangarbeiders. De Java-oorlog (1825-1830): tweehonderdduizend Javaanse doden. De Atjeh-oorlog (1873-1914): honderdduizend doden.

Van Reybrouck somt het allemaal op, de aantallen slachtoffers die het Nederlandse koloniale bewind onder de bevolking maakte om zijn gezag te vestigen. Hij was geshockeerd, zegt hij, door onderzoek van het Britse YouGov in 2019. Dat vroeg Europeanen of ze trots waren op hun koloniale verleden. Nederland stak „met kop en schouders” boven de rest uit. 50 procent van de ondervraagden was trots op het vroegere imperium, tegenover 32 procent van de Britten, 26 procent van de Fransen en 23 procent van de Belgen. Slechts 6 procent van de Nederlanders schaamde zich voor het koloniale verleden. Link

Scroll to Top