Susan Strange

Is het toeval dat de Brexit, Boris Johnson en Donald T. opkwamen in die landen die nou net de grootste financiële sector van de wereld hebben? Er is een directe link tussen over-afhankelijkheid van een financiële sector en ongelijkheid. Een grote financiële sector parasiteert op de samenleving, drukt de lonen omhoog aan de top en minimaliseert de inkomens aan de onderkant, waardoor het de sociale segregatie vergroot. Dat resulteert alles bij elkaar in een grotere ongelijkheid.

Op 5 november 2008 komt Queen Elizabeth in een crèmekleurig mantelpakje een nieuw gebouw van de prestigieuze Londen School of Economics –LSE- openen. Het lijkt een dag als alle andere voor de koningin en toch is de situatie anders dan normaal. Er zit haar namelijk iets dwars. ‘Waarom heeft niemand dit aan zien komen?’ is haar simpele maar vileine vraag. Een kleine twee maanden eerder was de wereldwijde financiële crisis ingeleid door de klap waarmee de Amerikaanse bank Lehman Brothers omviel; in Londen razen de economische schokgolven door de nabijgelegen City, het glimmende financiële centrum van Europa.

De koningin richt haar vraag tot de vele gerenommeerde economen die de universiteit rijk is. Pas acht maanden later komt de vakgroep in een korte brief met een antwoord: ‘Majesteit, het missen van de precieze timing, de omvang en de ernst van de crisis … was in essentie een falen van het collectieve inbeeldingsvermogen van veel slimme mensen – zowel in dit land als internationaal – om de risico’s van het systeem in zijn geheel te begrijpen.’

Een collectief falen dus. Toch was het niet zo dat er geen ander geluid voorhanden was. Sterker nog, je hoefde er letterlijk slechts enkele trappen voor af te dalen. Als de economenvakgroep bij LSE die moeite genomen had, dan had de pijnlijke confrontatie met de koningin misschien wel nooit plaatsgevonden. >>>

Scroll to Top