Rassenleer als exportproduct

Gekrenkte trots is een belangrijke drijfveer in de politiek.

Op 26 juli 1935 legde de SS Bremen, een van de snelste oceaanstomers van die tijd en de trots van het Derde Rijk, aan in de haven van New York. De stad was onrustig gedurende die zomer. De machtsovername door de nazi’s gaf aanleiding tot gewelddadige confrontaties op straat tussen tegenstanders en bewonderaars van Aldolf Hitler. Terwijl de Bremen voor anker lag, klommen vijf demonstranten aan boord, trokken de swastikavlag los en gooiden die in de Hudson.

Het incident werd door de nazi’s aangegrepen om diplomatieke stampij te maken.

Het Amerikaanse State Department, toen nog gebrand op goede relaties met de nieuwe Duitse machthebbers, stuurde een verontschuldigend telegram naar Berlijn. De kou, wat de vlagschending betrof, leek uit de lucht.

Totdat Louis Brodsky bij de zaak betrokken raakte. Brodsky was een New Yorkse magistraat met een uiterst liberale reputatie. Naaktdanseressen die in nachtclubs werden opgepakt werden door Brodsky op vrije voeten gesteld. Toen een aanklager de verspreiding van pornografische lectuur via de rechter probeerde te verbieden, wees Brodsky de zaak van de hand. Ook het vijftal dat de Bremen had bestormd werd bij hem voorgeleid en kon op coulance rekenen. Het hakenkruis was de ‘zwarte vlag van piraterij’, schreef Brodsky ter motivering van zijn vrijspraak. Voorzover er sprake was van een vergrijp viel dat in het niet bij het regime dat de swastika voerde.

Nationaal-socialisme, aldus Brodsky, was een ‘stap terug naar pre-middeleeuwse, zo niet barbaarse, sociale en politieke omstandigheden’. Link

Scroll to Top