Ook wie groen leeft maakt vuile handen

De Engelse econoom William Stanley Jevons constateerde in de negentiende eeuw dat het efficiënter gebruik van steenkool door technologische vooruitgang er niet toe leidde dat er minder steenkool werd gebruikt. Sterker nog: het steenkoolgebruik nam toe. Jevons noemde dit een paradox, maar het lijkt mij niet meer dan logisch: binnen een op vooruitgang en groei gerichte economie wordt alle bruikbare kapitaal, tijd en energie steeds opnieuw geïnvesteerd.

Zo werkt dat doorgaans ook op individueel vlak: wie meer verdient gaat doorgaans niet minder werken en die vrije tijd luierend thuis doorbrengen, maar koopt een groter huis, gooit er nog een verbouwing tegenaan, gaat op vakantie, schaft een auto aan. Hoe meer efficiëntie, hoe minder obstakels, hoe sneller de kringloop. Zo bezien is het onderscheid tussen de lineaire en de circulaire economie helemaal niet zo groot. Meer dan een (economisch) model voor een betere omgang met onze leefomgeving, lijkt het te fungeren als een afweermechanisme voor de pijnlijke waarheid dat er grenzen aan de groei zijn en de fantasie levend te houden dat het beste nog moet komen. De analogie van de cirkel suggereert perfectie en eindeloosheid. Het belichaamt de droom van een wereld zonder obstakels, waarin alles vloeiend verloopt, zonder (plotselinge) veranderingen. Maar het is een valse droom: de loop kan helemaal niet gesloten worden, geen enkele kringloop is volmaakt rond. Link

Scroll to Top