“Ons Indië”, een hard oordeel

David Van Reybrouck is schrijver van een zeldzame soort. Behalve non-fictie schreef hij theatermonologen, zoals Para, over een Belgische blauwhelm in Somalië (acteur Bruno Vanden Broecke kreeg er een Louis d’Or voor). En hij is een belangrijke stem in het maatschappelijke debat in België. Onvermoeibaar pleit hij voor zogeheten burgerpanels: door loting samengestelde groepen burgers die bij de politieke besluitvorming worden betrokken – een idee dat inmiddels navolging heeft gekregen in de Duitstalige gemeenschap in België, het Brussels Gewest en het Waals parlement.

Aan Revolusi werkte hij vijf jaar. Het is een bijzonder boek: ruim van opzet, voor een breed publiek geschreven, gebaseerd op ooggetuigen die vaak nog nooit gehoord zijn. Het beslaat drie eeuwen, maar de nadruk ligt op de periode 1920-1950, de tijd van onafhankelijkheidsstrijd en dekolonisatie.

Het is een geschiedenis van geweld. Strafexpeditie naar het eiland Banda in 1621: tien- à vijftienduizend doden. Aanleg van de Grote Postweg op Java begin negentiende eeuw: twaalfduizend dode dwangarbeiders. De Java-oorlog (1825-1830): tweehonderdduizend Javaanse doden. De Atjeh-oorlog (1873-1914): honderdduizend doden.

Van Reybrouck somt het allemaal op, de aantallen slachtoffers die het Nederlandse koloniale bewind onder de bevolking maakte om zijn gezag te vestigen. Hij was geshockeerd, zegt hij, door onderzoek van het Britse YouGov in 2019. Dat vroeg Europeanen of ze trots waren op hun koloniale verleden. Nederland stak „met kop en schouders” boven de rest uit. 50 procent van de ondervraagden was trots op het vroegere imperium, tegenover 32 procent van de Britten, 26 procent van de Fransen en 23 procent van de Belgen. Slechts 6 procent van de Nederlanders schaamde zich voor het koloniale verleden. Link

Scroll to Top