Olle

Jaren geleden, op een feestje bij een uitgeverij, werd mij gevraagd wat het belangwekkendste boek was dat ik in mijn leven gelezen had. De vraag werd gesteld door een succesvolle schrijver met een omvangrijk oeuvre. ‘Olle’, zei ik, ‘van Guus Kuijer.’ De Succesvolle Schrijver fronste. Guus Kuijer kende hij natuurlijk, maar die titel zei hem even niets. ‘Nou, het is een boek over een hond die kan praten, zijn baas en hun beider levens’, zei ik.

Toen ging bij de schrijver een lichtje op. Was het misschien een kin-der-boek? Hij sprak het woord fluisterend en olijk uit, alsof hij mij op iets ondeugends had betrapt. ‘Min of meer’, zei ik. De Succesvolle Schrijver glimlachte. Zoiets was, vond hij, toch een beetje zonde. ‘Kom mijn bibliotheek maar een keer bekijken’, bood hij aan. ‘Dan zoek ik een paar schitterende romans voor je uit.’ Hij sloeg me nog eens joviaal op de schouder en ging een drankje halen.

In één van de eerste scènes in Olle, dat in 1990 verscheen met geweldige tekeningen van The Tjong Khing, wandelt Kuijer met zijn viervoeter langs een veldje waar een groep mannen bezig is met hondentraining. Het zijn mannen die brullen. Mannen die snauwen. Mannen die vinden dat het bij honden (‘schiet op Hector!’) draait om ‘onvoorwaardelijke gehoorzaamheid’. Een van hen draagt een leren broek en slaat daar zo nu en dan met een zweepje tegenaan, terwijl hij toekijkt hoe de honden een steile ladder moeten beklimmen om op een platform te komen. Al gauw richt de blik zich op Kuijer. Of hij het niet eens wil proberen, met zijn hond.

Toen ik deze scène voor het eerst las begreep ik ineens dat de wereld van volwassenen niet zoveel verschilde van een schoolplein of een gymlokaal. Dezelfde rollen (pestkoppen, meelachers, buitenstaanders) doken op, gehoorzamend aan dezelfde wetten. Kuijer, die heus wel weet dat zijn hond voor dit soort idiotie zijn neus ophaalt, probeert het natuurlijk toch. Omdat hij niet in zijn hemd wil staan. ‘Doe je ’t, Olle? Andere honden kunnen het ook.’ Olle kijkt de schrijver even aan, een beetje verdrietig. Daarna loopt hij in een rechte lijn het veld af, zijn staart fier wapperend in de wind. Link

Scroll to Top