Landbouw met bomen

Kaalkap, platgereden bosgrond: tien jaar nadat ponyboer Henk Bleker besloot dat Staatsbosbeheer onze bossen moest exploiteren als bron van hout en vermaak zijn op de Utrechtse Heuvelrug de gevolgen te zien.

Hij legde ingrijpende bezuinigingen aan Staatsbosbeheer op, schrapte budgetten voor de aankoop van natuurgronden en natuurbeheer en droeg de dienst op voortaan ‘meer geld uit de markt’ te halen. Met andere woorden: de bossen intensiever te exploiteren als bron van hout en vermaak. De Groene Amsterdammer schreef in 2014 over de gevolgen in het Kuinderbos. Staatsbosbeheer organiseerde daar van alles, van kleinschalige activiteiten als de verkoop van Finse fakkels, kachelhout en kerstbomen, overnachten op een vlot in de vijver of een liefdeswandeling op Valentijnsdag, tot een wedstrijdje wie met een Land Rover het verst komt in de modder, op bospaden die toch al waren beschadigd door de houtoogst. De opbrengst ging naar het herstel van die paden.

Er zat een niet mis te verstane symboliek in een ander besluit van Rutte I: het natuurbeleid zou voortaan een verantwoordelijkheid zijn van het ministerie van Economische Zaken. Dat kabinet rustte op een politiek verbond van VVD en CDA met de PVV, de groepering rond Geert Wilders, en deed elk beleid in de sfeer van natuur of milieu smalend af als een afwijking van ‘milieugekkies’. Volgens Arjen Buijs, onderzoeker aan de universiteit van Wageningen, was het natuurbeleid tot dan toe redelijk gevrijwaard gebleven van populistische aandriften, mede dankzij de publiekrechtelijke bescherming die de Europese regelgeving bood. Met het aantreden van Bleker, eerder als CDA-voorzitter een van de wegbereiders van de coalitie met Wilders, veranderde dat op slag. Link

Scroll to Top