‘In potentie zijn we allemaal kleine dictators’

Dat de mens vredelievend én gewelddadig kan zijn weet iedereen, maar over waarom dat zo is, wordt al eeuwenlang gebekvecht. Zijn we gemoedelijke wezens die gecorrumpeerd worden door krachten van buiten – voorheen door de listen van de Duivel, tegenwoordig door de verwrongen maatschappelijke structuren – ongelijkheid, opruiende politici, institutioneel racisme, imperialisme? Of is de mens van nature zelfzuchtig en agressief en moet hij juist in toom worden gehouden? In filosofisch steno: het is Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) versus Thomas Hobbes (1588-1679).

Pleitbezorgers van deze radicaal verschillende mensbeelden bestrijden elkaar tot op de dag van vandaag. Maar volgens de Britse antropoloog en primatoloog Richard Wrangham (72) zit ons altruïsme én onze nietsontziende moorddadigheid beide in onze genen. De menselijke soort is sociaal gezien opvallend weinig agressief en blijkt tegelijk in staat tot het aanrichten van enorme slachtpartijen. Hoe de evolutie deze vreemde gespletenheid in ons heeft verankerd, is de vraag die Wrangham beantwoordt in The Goodness Paradox, dat vorig jaar verscheen. Link

Scroll to Top