Het fiasco van de vrije markt

Na de val van de Muur werd Friedman definitief de invloedrijkste econoom na de Tweede Wereldoorlog, schrijft Heijne, en ‘maakten we onszelf wijs dat we helemaal geen overheid nodig hadden’. Ook de PvdA, de sociaal-democratische steunpilaar van de verzorgingsstaat, bekeerde zicht tot het geloof in de vrije markt en ondersteunde de privatisering van uiteindelijk 186 overheidsdiensten. Vaak zijn die uitgelopen op regelrechte mislukkingen, zo stelt Heijne nu vast. Zo leidde de introductie van marktwerking bij de spoorwegen en posterijen niet tot een betere kwaliteit en lagere prijzen, maar tot het tegenovergestelde. In de zorg zorgde marktwerking voor een kolossale bureaucratie, die juist altijd wordt geassocieerd met overheidsdiensten.

In de loop van de jaren, waarin Heijne sprak met honderden betrokkenen, verbaasde hij zich steeds meer over het wijdverbreide geloof in de heilzame werking van de markt. Dit bleek, zoals elke religie, volstrekt ongevoelig voor rationele argumenten. Zo onderzocht de commissie-Wijffels in 1992 de mogelijkheden van marktwerking op het spoor en gaf het dringende advies om de Nederlandse Spoorwegen vooral niet te splitsen in een bedrijf voor het beheer van het spoor en een voor het vervoer. Maar de regering onder leiding van de PvdA’er Wim Kok negeerde dit. Ook het gegeven dat de eerdere privatisering van de spoorwegen in Groot-Brittannië had geleid tot minder kwaliteit voor hogere prijzen, maakte geen indruk. Vanuit de heilige overtuiging dat de markt alles beter doet dan de staat, rommelden de kabinetten-Kok en latere regeringen maar wat aan, is Heijne’s vernietigende conclusie: ‘Wat na al die tijd bijblijft, is hoe verbijsterend groot het gat is tussen politieke dogma’s over de vermeende zegeningen van de markt en de praktijk. Sinds de jaren tachtig is onze overheid in de ban van de marktwerking, maar tot op de dag van vandaag is ze er niet in geslaagd het wezen van de marktwerking te doorgronden.’ Link

Scroll to Top