De democratie glipt door onze vingers

In onze parlementaire democratie is de uitvoerende macht in handen van een kabinet dat wordt aangewezen door een deel van het parlement, meestal een meerderheid. De Nederlandse kiezers wijzen zo de uitvoerende macht aan – heel indirect, want er zit een onnavolgbare formatieperiode tussen, de black box van de Nederlandse democratie.

In die vorming van een kabinet door de Kamer schuilt de verkleving tussen parlement en regering. En die is alleen maar erger geworden sinds de politieke fracties in de Tweede Kamer zo klein en talrijk zijn geworden dat er inmiddels vier nodig zijn om een krappe meerderheid achter een coalitie te krijgen.

Omdat de deelnemende partijen vaak tot elkaar zijn veroordeeld zonder dat ze veel politieke affiniteit met elkaar hebben, wordt het onderlinge wantrouwen  Een stapel mikadostokjes: zodra je één afspraak aanraakt, beweegt een ander stokje en ben je de beurt kwijt.

Gevolg? De parlementaire meerderheid kan geen fundamentele kritiek uitoefenen op de plannen van de regering noch op de uitvoering van het beleid. Wetgeving is vooral een verlengstuk van het afgesproken beleid; op de kwaliteit is vaak het nodige aan te merken maar van de coalitiepartijen zul je dat niet snel horen. Link

Scroll to Top