De stamhouder

Zoals hij schreef, zo sprak hij ook: beeldend, barok, vol bravoure, en toch bescheiden, geméénd bescheiden. „Moreel had ik van mijn grootvader geen hoge pet op”, zei hij in oktober 2014 in een interview in NRC. Waarna hij zijn ogen neersloeg, verontschuldigend glimlachte en eraan toevoegde: „Nou ja, van mezelf ook niet.” Alexander Münninghoff, de schrijver die na een lange loopbaan als oorlogsverslaggever en correspondent in Moskou plotseling beroemd werd met de familiekroniek De stamhouder, is afgelopen dinsdag in zijn woonplaats Den Haag gestorven. In december vorig jaar bleek hij aan kanker te lijden. Aan vrienden en intimi liet hij weten dat hij de dood als een „organisch deel” van het leven beschouwde. „Ik schik me daarin.” Hij is 76 jaar oud geworden.

Weinig mensen met zo’n wonderlijke familiegeschiedenis als Münninghoff. Zijn grootmoeder was een Russische gravin die in 1916 verpleegster werd aan het front en later als getrouwde vrouw regelmatig voor een week of zes naar Nice afreisde om zich te verliezen in losbandigheid. Zijn grootvader, geboren in het Gooi, was door slim zakendoen een van de rijkste mannen van Letland geworden, maar vluchtte vlak voor de Tweede Wereldoorlog met vrouw en kinderen naar Nederland, met achterlating van al zijn huizen en fabrieken. Hij spioneerde voor de geallieerden terwijl zijn zoon, de vader van Münninghoff, zich op zijn twintigste bij de Waffen-SS had aangesloten om tegen de Sovjets te vechten. Link

Scroll to Top