De stad is een grandioze uitvinding

In veertien stadsgeschiedenissen – van het Mesopotamische Uruk tot het Nigeriaanse Lagos – snijdt de Britse historicus Ben Wilson veel thema’s aan, zoals badcultuur, prostitutie, horeca, maar bovenal de stedeling.

Toen de Russische oorlogscorrespondent Vasili Grossman op 17 januari 1945 met het Rode Leger aankwam in Warschau moest hij een flink stuk klimmen. ‘Voor het eerst in mijn leven’, zei hij ‘ben ik via een brandladder een stad binnengekomen’. De nazi’s hadden de Poolse hoofdstad vrijwel met de grond gelijk gemaakt. Voor de oorlog al hadden ze plannen om van Warschau een modelstad te maken voor 130.000 arische Duitsers, met ‘middeleeuwse’ houtskeletbouwhuizen en smalle straatjes in een uitgestrekt parklandschap. Nadat de inwoners op 1 augustus 1944 in opstand kwamen, besloten de nazi’s Warschau inderdaad van de kaart te vegen. In januari 1945 was 93 procent van de stad verdwenen. Ook Duitse steden hadden het zwaar te verduren in de Tweede Wereldoorlog – de Britse luchtmaarschalk Arthur Harris geloofde dat hij het moreel van de burgerbevolking kon breken middels tapijtbombardementen. Hamburg werd voor 61 procent verwoest. Maar de stad krabbelde al snel weer op. ‘Het apocalyptische stadslandschap van Hamburg was voor verkenningsvliegtuigen duidelijk waarneembaar, maar op de grond heerste er in de stad, ongezien, een grote bedrijvigheid’, schrijft de Britse historicus Ben Wilson in Metropolis. >>>

Scroll to Top