Rond 1600, toen katholieken en protestanten in Duitsland elkaar op leven en dood bestreden, aan de vooravond van de Dertigjarige oorlog, was dat een hoopvol, revolutionair geluid. Een uitweg uit de crisis bieden, dat wilden de eerste Rozenkruisers, een groep protestantse vrijdenkers verbonden aan de universiteit van Tübingen. Zij schreven drie manifesten (op de expositie te zien), die tussen 1614 en 1616 in druk verschenen, om de wereld te verbeteren. Het was een spirituele heilsboodschap in donkere tijden, waarbij in 1604 ook nog een onheilspellende nieuwe ster (een ontplofte ster, een supernova) aan de hemel verschenen was. Nadrukkelijk pleitten de Rozenkruisers voor vrede, tolerantie en christelijke naastenliefde – voor iedereen. Als vrijdenkers zagen ze waar starre (religieuze) dogma’s toe leidden: godsdiensttwisten. Liefde en magie was hun antwoord. >>>

Categories: Archief