Boeddhisten zijn niet bezig met leven in het hier en nu

Het was een bericht van een bevriende psycholoog, die schreef: Mijn kleinzoon Charlie zat net even aan helemaal niets te denken. Van der Velde, hoogleraar Aziatische religies aan de Radboud Universiteit, moest er even over nadenken. Een kind dat even nergens aan denkt zou een boeddhist in de dop zijn? Vreemd. Het is voor hem een voorbeeld van een typisch westerse opvatting van het boeddhisme. In dit geval: bij boeddhisme gaat het om voelen in plaats van denken, om het hart in plaats van het hoofd. Dat is binnen Azië grote onzin. Toen het boeddhisme zijn intrede in China deed, werd het daar zelfs ‘de religie van de rijtjes’ genoemd, omdat monniken oneindige reeksen begrippen en regels uit hun hoofd moesten leren. En dat doen ze nog steeds, boeddhistische kloosters hebben vaak dan ook gigantische bibliotheken.

En zo ziet Van der Velde nog zat misvattingen voorbijkomen. Zo zou het boeddhisme gaan om geluk in het hier en nu, adogmatisch zijn, vredelievend en geweldloos, man en vrouw gelijk behandelen. Dat is allemaal niet waar. >>>

Scroll to Top