Amerika’s laatste kans

In 1933, toen Franklin Delano Roosevelt werd beëdigd als president van de Verenigde Staten, vroeg hij in zijn inaugurele rede om een mandaat ‘om oorlog te voeren tegen de crisis, zo groot als de macht die me zou worden gegeven als we zouden zijn binnengevallen door een buitenlandse vijand’. In ruil voor verregaande uitvoerende macht beloofde ‘FDR’ een ‘New Deal voor het Amerikaanse volk’. Die woorden waren het startschot voor honderd dagen waarin een golf van nieuw beleid en investeringen Amerika uit de Grote Depressie trok, economie en staat transformeerde en, zo concludeert de journalist Jonathan Alter die in 2006 The Defining Moment: FDR’s First 100 Days schreef, waarschijnlijk ook de democratie redde. De New Deal was een antwoord op de verleiding van totalitaire ideologieën die wortel schoten in verarmde democratieën in de jaren dertig. Roosevelt stelde de liberale staat veilig door te laten zien dat die kon functioneren in crisistijd.

Behalve een opgekrabbeld Amerika liet de New Deal nog iets na. Sindsdien gelden ‘de eerste honderd dagen’ als de meetlat voor iedere nieuwe Amerikaanse president. In die korte periode, waarin de gunstige combinatie van de gedrevenheid van een nieuwkomer, het voordeel van de twijfel en de afwezigheid van naderende verkiezingen het stevigst is, moet het gebeuren. Joe Biden, met bijna een halve eeuw aan Washington-ervaring op zak, beseft dit, zo blijkt uit zijn expliciete referenties aan de honderd-dagen-horizon. >>>

Scroll to Top