Friesland breekt de natuur helemaal af

In Nederland is de biodiversiteit verschrompeld tot ongeveer 15 procent van de situatie in 1900. Dat is een schokkende afname. Gemiddeld resteert in Europa nog bijna de helft van de oorspronkelijke soorten.

Op wereldschaal is ruim zeventig procent behouden gebleven, schreef het Planbureau voor de Leefomgeving in 2014. Maar in Nederland is dus 85 procent verdwenen van het bodemleven, van wat er vliegt, kruipt en zwemt, van wat er groeit in de natuur.

Kunstenaar Christiaan Kuitwaard, een van de samenstellers van ‘Veldwerk’, haalt een herinnering op aan fietstochtjes met zijn ouders door de weilanden rond IJlst. “De lucht was vol van vogelgeluiden. Nu hoor je bijna niets meer als je door de weilanden fietst. Langzaam besef je dat een weiland geen natuur is, maar een leeg agrarisch industriegebied.” Friesland is per saldo de provincie waar de afbraak het hevigst is te merken. Link

Iemand met een heel beperkt zicht: een Dandy een Super EGO

In zijn boek ‘De mens in opstand’ schetst Albert Camus het beeld van een dandy. Kernzin: ‘Dit is per definitie iemand die de confrontatie zoekt. Hij houdt zich alleen staande in de uitdaging’. Camus had, toen hij dit schreef in 1951, de dandy in de literatuur voor ogen, maar de stijlfiguur is in onze dagen meer vertrouwd in de wereld van de politiek.

Als je een overeenkomst zoekt ­tussen politici als Fortuyn, Trump, Johnson, Wilders en Baudet, dan zijn de waarnemingen van de Franse schrijver verhelderend en wordt ook duidelijk waarom zulke figuren gedijen in tijden van polarisatie. ‘De dandy kan zich alleen een plaats verwerven door zich tegenover anderen te plaatsen. De anderen zijn de spiegel. Een spiegel die snel beslaat, want het menselijk vermogen tot aandacht is beperkt.’ Link

The demons that drove John Cheever

On a damp and unseasonably cold summer morning, Susan Cheever and I leave her apartment in New York and drive to Ossining, in Westchester County. We are going to visit the stone-ended Dutch Colonial she lived in as a teenager, a house her 90-year-old mother, Mary, still miraculously inhabits. Susan, who is 65, begins our journey with the slightly ragged air of one who has packed for a long trip a little too fast; her ultimate destination is Bennington College, Vermont, where she teaches non-fiction writing. But this doesn’t last long. Barely have we left the city than I notice that her face is suffused with a warm, proprietorial glow. Rather to my amazement, she is enjoying our talk, which is all about her father, John Cheever, the great American writer. I had expected it to be painful. “Oh, yes,” she says, when I mention this. “I’m sort of enchanted by my family. I have this weird family worship.” She peers determinedly through the misted windscreen. “Wait till you see the house! This beautiful building that is now the ugliest place on earth. It’s like the House of Usher.” Link

Niemand weet waar Tawfiq is

Net als iedere maandagochtend maakt Tawfiq al-Tamimi op 9 maart aanstalten naar zijn werk te gaan. Na het ontbijt biedt zijn zoon hem een ritje met de auto aan. Samen rijden de twee van hun huis in het oosten van Bagdad naar het kantoor van de krant al-Sabah, waar Tamimi in de maanden daarvoor verslag deed van de protestbeweging tegen de Iraakse regering.

Nog voordat vader en zoon de wijk uit zijn, trapt Ahmed geschrokken op de rem. Twee pick-uptrucks versperren de weg. Een groep gewapende mannen springt naar buiten en omsingelt de auto. Met getrokken pistolen dwingen ze Tamimi uit te stappen, sleuren hem een van hun wagens in en scheuren weer weg. Ahmed blijft in tranen achter.

Tawfiq al-Tamimi is één van de zeker 123 personen in Irak die in de afgelopen zeven maanden zijn ontvoerd. Het gaat vooral om activisten, journalisten en andere deelnemers aan de massale anti-corruptie-protesten die het land sinds afgelopen najaar platlegden. Een deel van de slachtoffers dook later weer op – zij het doorgaans in duistere gevangeniscellen – zeker 24 van hen zijn nog altijd spoorloos. Dat concludeerden de Verenigde Naties in een rapport dat afgelopen zaterdag verscheen. Link

Superkapitalisme vergt extreem harde correcties

Het was begin maart, en zijn boek was af. Bijna zeven jaar werk zat erop. Twee weken later zou de presentatie zijn. En toen diende de coronacrisis zich aan. „Een godsgeschenk”, zegt Bert de Vries, niet zonder ironie. Opeens kwamen zijn ideeën over het ontspoorde kapitalisme en wat daaraan moet worden gedaan in een heel ander licht te staan. Het boek was nóg urgenter geworden.

Bert de Vries wil waarschuwen en veranderen. Eén ding staat voor hem vast: de extreme ongelijkheid waar het ontspoorde kapitalisme toe leidt, vergt extreem harde correcties. Hij schrijft het ongepolijst. Aan „het superkapitalisme en de hyperglobalisering” moet wat gebeuren.

De Europese muntunie is volgens hem „mislukt”. Het is nodig terug te gaan naar lichtere vormen van samenwerking. Om „erfelijke vermogensdynastieën” tegen te gaan, zullen – conform de ideeën van de vooral in linkse kringen populaire Franse econoom Thomas Piketty – de fiscale toptarieven in de hele westerse wereld „aanzienlijk moeten worden verhoogd”. En ten slotte de banken, oorzaak van de financiële crisis van 2008: het private geldstelsel met zijn dominante rol voor particuliere banken moet worden vervangen door een publiek geldstelsel. Link

SpaceX

Woensdag 27 mei wordt een mooie dag voor de Amerikaanse ruimtevaart – als alles goed gaat. Voor het eerst sinds 12 april 1981, het debuut van de eerste Space Shuttle, lanceert Amerika een nieuw bemand ruimteschip. Om 22:32 Nederlandse tijd vertrekken astronauten Robert Behnken en Douglas Hurley aan boord van de Crew Dragon-capsule, boven op een Falcon 9-raket. Einddoel: het internationaal ruimtestation ISS.

Als het allemaal goed gaat, hebben de VS voor het eerst sinds negen jaar weer eigen vervoer voor Amerikaanse astronauten. In 2011 landde de laatste Space Shuttle Atlantis voorgoed op aarde, met als piloot dezelfde Douglas Hurley die nu de commandant is van de Dragon-testvlucht.

Tijdens die negen jaar, the gap, was NASA afhankelijk van de Russische Sojoez-raket en -capsule om Amerikanen naar het ISS te brengen, een pijnlijke knieval voor de supermacht Amerika die in de jaren zestig toch de Space Race wist te winnen met Apollo en de maanlandingen.

De Russen beseften die Amerikaanse kwetsbaarheid goed. Toen na de bezetting van de Krim Rusland in 2014 werd getroffen door Amerikaanse sancties suggereerde de Russische minister Dmitri Rogozin dat de Amerikanen voortaan maar een trampoline moesten gebruiken om hun astronauten naar het ISS te brengen. Toch bleef al die tijd de nauwe Amerikaans-Russische ruimtevaartsamenwerking in stand. Link

Niets is wenselijker dan in je eentje te zijn

 … en de dagen vermenigvuldigen zich, de ene identiek aan de andere.

Ik sla de vormloze tijd aan stukken door wat te wandelen, te lezen, te schrijven, bij vlagen het onzichtbare vrezend, terwijl het zichtbare – de streeploze lucht, de schoongeveegde stad – juist aan de beterende hand lijkt. Als de mens schuilt, fluiten de vogels. En hoe toepasselijk dat ik tijdens deze lockdown Kenko lees, de Japanse heremiet die in de veertiende eeuw de dagen mijmerend achter zijn inktsteen doorbracht en lukraak noteerde wat in hem opkwam. Omdat je, zo schreef hij, een winderig gevoel krijgt als je niet zegt wat er op je hart ligt. ‘En dus laat ik mijn penseel maar zijn gang gaan. Het is een zinloos vertier, maar alles wat ik schrijf mag dan ook versnipperd en weggegooid worden – het is niet de bedoeling dat iemand het ooit te zien krijgt.’ Wat me de beste benadering van schrijven lijkt, eentje die voorkomt dat je pirouettes gaat maken voor het publiek. Link

Het moderne complotdenken

Het hedendaags complotdenken is geworteld in de politiek buiten de gevestigde politiek, in de media buiten de gevestigde media, in de wetenschap buiten de gevestigde wetenschap. Deels is dat zeker het gevolg van het feit dat de gevestigde orde tegenwoordig een stuk minder gevestigd is. De politiek ís zo vaak onbetrouwbaar, de journalistiek vergaloppeert zich met grote regelmaat, de wetenschap beweert te vaak stellig wat ze nog helemaal niet hard kan maken. Maar het moderne complotdenken is geen kritiek, geen serieuze poging tot hervorming en correctie. Het probeert geen nieuwe waarheden te ontdekken, het is in de kern nihilistisch. Het gaat niet om vervangende waarheden, om alternatieve feiten, het gaat om munitie om de vijand mee te lijf te gaan. Wie denkt dat het bestreden kan worden met voorlichting en bewustwording, heeft er niets van begrepen.

Vandaar dat complotdenken en een groot ego zo goed samengaan. Verspreiders van complotverhalen zijn ook altijd degenen die het land willen redden, een revolutie afkondigen, onderonsjes hebben met Jezus of de geest van Pim, zichzelf als laatste strohalm van een geknecht volk zien, van een beschaving die hopeloos ten onder dreigt te gaan, en anders wel het Avondland. Het zijn de heroïsche vaandeldragers van een bevolking die door de eigen machthebbers vernietigd dreigt te worden. Link

Magnum opus van John Steinbeck

Een van de bekendste Bijbelverhalen is slechts een handvol verzen lang: ‘En Adam bekende Eva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn en zeide: “Ik heb een man van de Here verkregen.” En zij voer voort te baren zijn broeder Abel. En Abel werd een schaapherder en Kaïn werd een landbouwer. En het geschiedde ten einde van enige dagen, dat Kaïn van de vrucht des lands den Here offer bracht. En Abel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen en van hun vet. En de Here zag Abel en zijn offer aan. Maar Kaïn en zijn offer zag hij niet aan. Toen ontstak Kaïn zeer en zijn aangezicht verviel. En de Here zei tot Kaïn: “Waarom zijt gij ontstoken en waarom is uw aangezicht vervallen? Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? En zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur. Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen.”’

Iedereen – bijbelvast of niet (ik) – weet wat er volgt: Kaïn doodt Abel en vlucht naar het land Nod, dat ten oosten van Eden ligt. Het is hét universele verhaal over hunkering naar liefde, over krenking en jaloezie, herkenbaar voor iedereen die in deze wereld leeft, en zeker voor wie een competitieve relatie heeft met een broer of een zus. (En ja, ik denk dan direct aan mijn eigen broer, het verlies en de gebrekkige ouderliefde die onze relatie gecompliceerd heeft, de verwijten, maar ook de onverbrekelijke band.)

Het is een complex verhaal. Ambigu. De Here vervloekt Kaïn, die nooit meer vruchtbare grond zal vinden om te bewerken, maar vervloekt ook allen die Kaïn kwaad willen doen. En terwijl Abel begraven ligt, is het Kaïn die zich zal voortplanten. Wat zegt dat? En is Kaïns (overtrokken) reactie op het ongevoelige favoritisme van de Here alleen Kaïn aan te rekenen? En wat te denken van ‘gij zult heersen over de zonde’? Is ‘gij zult’ wel de correcte vertaling van de oorspronkelijke tekst? Hoe veranderen vertaalkeuzes de betekenis van het verhaal?

Het zijn centrale vragen in John Steinbecks magnum opus Ten oosten van Eden (1952), nu uitgebracht in de uitmuntende nieuwe vertaling van Peter Bergsma. Link

Hoe evolutie in zijn werk gaat

Het was eind jaren tachtig dat de Utrechtse bioloog Paulien Hogeweg (76) een e-mail kreeg van de Oxford English Dictionary. De samenstellers van het vermaarde woordenboek wilden een nieuw lemma opnemen en het bleek dat zij, samen met haar collega Ben Hesper, de bedenker was van de beoogde term.

Inmiddels is ‘bio-informatica’ een wereldwijd begrip. Bio-informatici zoals Hogeweg interpreteren met behulp van computers grote hoeveelheden biologische data en destilleren er wetmatigheden uit. Vooral in de genetica en in de evolutiebiologie is hun inbreng niet meer weg te denken. Van het ontrafelen van het menselijk genoom tot het in kaart brengen van de verspreiding van het nieuwe coronavirus: bio-informatica speelt een belangrijke rol.

„Ons uitgangspunt was, en is nog steeds, dat biologische systemen informatie verwerken”, vertelt Hogeweg via Skype vanuit haar huis in Utrecht. „Denk bijvoorbeeld aan de erfelijke informatie die ligt opgeslagen in je genen, en die via veel tussenprocessen leidt tot de vorm en eigenschappen van organismen. Omdat er binnen de biologie al wel vakgebieden als biochemie en biofysica bestonden leek bio-informatica Ben Hesper en mij een logische toevoeging.” Link

De onderklasse van Amerika

Het is me altijd onduidelijk geweest wat Hillary Clinton bedoelde toen ze in 2016 zei dat Amerika „already great” was. Het was vast bedoeld als opbeurende en patriottistische repliek op het door Trump neergezette beeld van Amerika als vermorzeld land, maar het klonk wereldvreemd, geprivilegieerd en, eerlijk gezegd, waanzinnig.

Hoe waanzinnig bedenk ik me al bladerend door Dignity. Seeking Respect in Back Row America van fotograaf Chris Arnade (1965). Hij is een voormalig Wall Street-bankier die eerst uit interesse afreist naar de zwakste buurten van Brooklyn en zich later, nadat hij zijn baan heeft opgezegd, helemaal stort op wat hij ‘back row America’ noemt, de onderkant van de samenleving. In Dignity combineert hij foto’s met essayistische reportages.

Hij laat zien dat er niets ‘great’ is aan Amerika. Niet aan de bovenkant, maar daar kom ik zo op, en zeker niet aan de onderkant.

Het pijnlijkst zijn Arnades foto’s van door drugs vernielde levens en gezichten. Jaarlijks overlijden ruim zestigduizend Amerikanen aan een overdosis – mede daardoor dáált de levensverwachting van witte Amerikanen, maar Arnade heeft zulke cijfers niet nodig om de crisis te laten zien. Hij fotografeert de verweesde gezichten van een gezin dat leeft uit een winkelwagen. Van een jong stelletje dat verslagen in de camera kijkt, in de hoek liggen bierblikjes, op de grond pleisters die het bloeden van de naald moeten stoppen.

Wat een armoedig, vervallen land. Wie dit Amerika wil begrijpen, schrijft hij, moet in de McDonald’s gaan zitten. Wat er nog over is van gemeenschappen zit dáár. McDonald’s als gemeenschapscentrum in steden waar het enige sociale verband nog ellende lijkt te zijn. Arnade praat er met, en fotografeert, daklozen, drugsverslaafden, tienermoeders, bingo-spelende bejaarden, enzovoort. Link

Onze cultuur neemt

De Britse schrijver Paul Kingsnorth (48) kijkt sceptisch naar de ‘narratieve oorlog’ over de ‘lessen’ van de coronacrisis, waarin ieder zijn gelijk wil halen. Hoog scoort de crisis als een kans op het realiseren van een betere wereld, met minder vliegen, minder werken, meer saamhorigheid. Aan Kingsnorth (auteur van onder meer Bekentenissen van een afvallig milieuactivist – Een radicaal andere kijk op natuurbescherming en de roman Beest) zijn zulke wensdromen niet besteed. In zijn onlangs verschenen essay Finnegas, waaruit de bovenstaande regels komen, drukt hij ons met de neus op de feiten.

Finnegas is in de Keltische mythologie een oude kluizenaar die zijn hele leven heeft gezocht naar de magische zalm die alle wijsheid van de wereld in zich draagt. Maar het is de jonge Finn die de vis uiteindelijk vangt. Finnegas beseft dat het niet aan hem was om boven zichzelf uit te stijgen, maar aan de generatie na hem. Zijn taak was slechts de weg te plaveien. Zo zal het volgens Kingsnorth ook zijn voor ons in de coronacrisis, die, voortgekomen uit de manier waarop wij dieren exploiteren, een symptoom is van de veel grotere ecologische crisis: we willen misschien wel veranderen, maar kunnen het niet. ‘Wij zijn niet Finn. Maar wellicht, als we geluk hebben, kunnen we Finnegas worden.’

Het is vintage Kingsnorth, een milieuactivist die de groene beweging eind jaren negentig teleurgesteld vaarwel zei toen zij het marktdenken overnam van het bedrijfsleven (duurzaamheid als businessmodel) en vrienden zich ontpopten tot ecomodernisten – optimisten die denken alle milieuproblemen te kunnen oplossen met nieuwe technologie. Kingsnorth ging de ecologische crisis steeds meer als een spirituele crisis beschouwen, gevolg van het feit dat de mens zich niet meer ziet als deel van de natuur. Hij gelooft niet langer in oplossingen, de catastrofe is niet meer te stoppen, en de tijd is gekomen voor ‘planetaire rouw’, het thema ook van zijn schrijversproject Dark Mountain (vanaf 2008). Link

Koninklijk?

De brilprins kreeg als eigenaar van het Zandvoortse Circuit toestemming om een paar ‘tijdelijke tribunes’ naast zijn racebaantje neer te zetten zodat het duingebied na de Grand Prix weer kon worden teruggegeven aan de natuur. En wat deed ons koninklijke Amsterdamse pandenmietje? Hij stortte op 20.000 vierkante meter natuurgebied kankerverwekkende asfaltbrokken als ondergrond voor deze tribunes. En die blijven daar de komende eeuw natuurlijk lekker liggen. Schijt aan de rugstreeppad. Schijt aan de zandhagedis. En schijt aan de natuur.

En nu? Nu niks. Natuurorganisaties zullen een procedure starten. Bernhard zet daar ongetwijfeld een roedel doortrapte Zuidas-advocaten op. Vriendjes die hij kent van Vindicat. Die gaan de zaak jaren rekken en maltraiteren, waarna de milieuactivisten op een gegeven moment doodmoe en failliet de handdoek in de ring gooien. De Oranjes wroemwroemen ondertussen lekker verder in hun raceautootjes. Het recht heeft weer eens gezegevierd. Link

Veluwe smacht naar nieuwe moerassen

Het is er verraderlijk diep. In het midden bijna een meter. Langs de kant tasten zijn vingers voorzichtig de oever af. Alsof hij het nieuwe, wankele evenwicht op deze plek niet wil verstoren. En dan: “Hebbes! Een pootafdruk van een hert.’’

Op het eerste oog lijkt de beek rommelig. Veel bochten met dooie takken. Omgevallen bomen. Alsof de boswachter dit hoekje is vergeten. Juist niet, vertelt Veldhuis. Hij werkt als adviseur bij Waterschap Vallei en Veluwe. Deze oude watergang tussen Staverden en Hierden kent hij als zijn broekzak. Een beek van twintig kilometer, de langste van de Veluwe. Zes jaar geleden werd deze verscholen plek in de Leuvenumse bossen uitgeroepen tot waterlaboratorium. Samen met Natuurmonumenten en Wageningen UR bekijkt Veldhuis wat er gebeurt als de beek ook buiten de oevers mag treden. Daarom is de waterbodem indertijd met zand verhoogd. Met behulp van trekpaarden werden bomen in de beek gelegd, om de stroming af te remmen en het water een andere loop te geven. In de drassige zoom krijgen zaden nu meer kans om te kiemen, waar voorheen alles in hoog tempo richting Veluwemeer stroomde. Vooral na een hoosbui. Link

Jongens, pik het niet meer

‘Het is een tijd die niemand ooit heeft meegemaakt. Dit is splinternieuw voor iedereen. Dus niemand weet hoe het verder zal gaan. Maar wat me opvalt, is dat de rolverdeling in de samenleving weer duidelijker wordt. Het kabinet neemt maatregelen en de burgerij vindt die leidende rol prettig. En ook het parlement weet weer wat het moet doen, namelijk die maatregelen controleren. Je ziet ook dat de wetenschap weer meer op waarde wordt geschat. Gelukkig, want dat was een zeer zorgelijke ontwikkeling, dat Parlementsleden zeiden: ik geloof de wetenschap niet. Terwijl politici moeten beseffen dat ze geen wetenschappelijk debat kunnen voeren, daar hebben ze eenvoudig de deskundigheid niet voor. Ze moeten de resultaten van de wetenschap politiek en maatschappelijk interpreteren. En ik vind dat het kabinet dat momenteel verstandig doet. De regering regeert. En dat is wat mensen bij een crisis prettig vinden. Ik heb dat zelf gemerkt in de tijd van hoog water, in 1995. Ik was toen Commissaris van de Koningin in Gelderland en wij moesten mensen evacueren. Dat is de enige periode in mijn politieke loopbaan geweest dat ik brieven kreeg met: ‘Wat fijn dat er een overheid is die een beslissing neemt. Want dan weten we wat we moeten doen.’ En dat zie je nu ook weer. Maar natuurlijk zijn er ook tal van problemen, vooral omdat we zo weinig weten over hoe het verder zou kunnen gaan en hoe het verder zou moeten gaan. We moeten stap voor stap, tastenderwijs, door deze tijd heen. Of, zoals Rutte zei: ‘Varen in de mist.’ Link

Scroll to Top